DEN HAAG - Nederlandse F-16's gaan bij Libië niet alleen het wapenembargo controleren, maar ook erop toezien dat het vliegverbod wordt gehandhaafd. De Tweede Kamer stemde donderdagavond in met de uitbreiding van de taken. 

Vorige week ging de Kamer al akkoord met het eerste deel van de missie, die vanaf 1 april volledig onder NAVO-commando wordt uitgevoerd.

De regeringspartijen VVD en CDA waren voor het kabinetsbesluit, evenals de PvdA, D66, ChristenUnie en de SGP.

GroenLinks had tot op het laatste moment overleg en stemde uiteindelijk tegen, omdat er nog te veel onduidelijk zou zijn over het vervolg van de NAVO-operatie. De steun van GroenLinks was echter niet nodig voor een meerderheid.

Wapens

Sommige lidstaten van het militaire bondgenootschap trekken hun eigen plan en overwegen de opstandelingen van wapens te voorzien, zoals de Amerikanen. Onder meer de PvdA was daar ook tegen en meent dat het kabinet deze landen daarop moet aanspreken.

Binnen de VN-resolutie is volgens minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal echter geen mandaat voor de levering van wapens aan de tegen Kadaffi strijdende partijen.

Zelf noemde hij de wapenleveranties eerder al ongewenst. Wat hem betreft zijn er dus ook geen andere landen die wapens gaan aanleveren. Rosenthal zei de landen die dit wel doen hierop te zullen aanspreken.

Ongerust

De Tweede Kamer toonde zich ongerust over dat de Amerikanen de wapenleveranties niet uitsluiten.

Het is volgens het kabinet niet verstandig, omdat je niet weet aan wie je de wapens verstrekt. Het is niet wenselijk, omdat het de eenheid in de internationale gemeenschap zou verstoren als het gaat om de aanpak van het Libische regime. ''Het is op dit ogenblik voor Nederland niet aan de orde'', zei Rosenthal.

Nederland wil juist stevig aanzetten op een homogene koers en commandostructuur van de NAVO-missie.

Gronddoelen

Het kabinet is volgens Rosenthal ''niet ten principale'' tegen de inzet van Nederlandse F-16's voor het bestoken van doelen op de grond in Libië.

Maar in het overleg met de NAVO kwam naar voren dat alleen het meehelpen met controleren van het luchtruim ''een passend aandeel'' was in het totaal van bijdragen van landen.

Nederland draagt al bij aan het toezicht op het wapenembargo tegen Libië en wil ook ook het vliegverbod gaan bewaken.

VVD en ChristenUnie willen dat Nederland de mogelijkheid van schieten op gronddoelen ook openhoudt. Volgens Rosenthal kiest het kabinet daar niet voor. ''Als het aan de orde zou zijn gesteld in NAVO-verband, dan zou dat voor de Nederlandse regering een serieuze zaak zijn geweest.''

Terughoudend

CDA en PvdA lieten verder weten te  vinden dat de NAVO terughoudend moet zijn met de militaire acties in Libië.

Ze willen niet dat het militaire bondgenootschap aanstuurt op de omverwerping van het regime van dictator Muammar Kaddafi. Zo'n verandering moet volgens hen van de Libiërs zelf komen en niet van de internationale gemeenschap.

Resolutie 1973 van de VN, waarop de maatregelen gebaseerd zijn, biedt volgens Rosenthal geen optie om het Libische regime omver te werpen. Wel wordt getracht het bewind af te knijpen met tal van sancties, zoals bevriezing van tegoeden en de ban op visa.

Minister van Defensie Hans Hillen liet weten dat er nog circa 40 gevechtsvliegtuigen beschikbaar zijn voor Kaddafi. Het is echter onduidelijk wat daarvan de slagkracht is, aangezien de infrastructuur ernstig is aangetast.

Deplorabele staat

Volgens PVV-Kamerlid Hero Brinkman kan er geen sprake zijn van steun voor de NAVO-missie die op tafel ligt. Volgens hem is defensie door allerlei bezuinigingen in een 'deplorabele staat' en past daarom terughoudendheid.

Hij zegt te vrezen dat Nederland een langdurige oorlog in wordt gerommeld.

De SP, PVV en de Partij voor de Dieren zijn tegen de missie.

Debat missie Libië