DEN HAAG - Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer steunt de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de vredesmissie van de Verenigde Naties in Sudan. Alleen de PVV, de gedoogpartner van het minderheidskabinet van VVD en CDA, stemde woensdag tegen.

De Nederlanders blijven tot uiterlijk half oktober in Sudan. Het gaat om twaalf militaire waarnemers, vijftien politietrainers en enkele staffunctionarissen.

De VN-Veiligheidsraad neemt naar verwachting eind mei een besluit over een nieuwe, vermoedelijk meer civiele vervolgmissie in het Afrikaanse land.

Nederland wil proberen ook daaraan een bijdrage te leveren, liet minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken in een overleg met de Tweede Kamer blijken.

Unmis

De huidige Unmis-missie begon in maart 2005 wegens het conflict tussen de regeringstroepen en rebellen. De stabiliteitsmacht Unmis houdt vooral toezicht op het vredesakkoord, dat dat jaar werd gesloten.

De eerste Nederlandse militairen doen er sinds april 2006 aan mee. Unmis bestaat op dit moment uit 10.400 bewapende militairen, 480 militaire waarnemers en 640 politietrainers. Ruim 3500 civiele medewerkers ondersteunen hen.

De regeringspartijen VVD en CDA en de oppositiepartijen PvdA, SP, D66, GroenLinks en ChristenUnie vinden het prima dat de Nederlanders het komende half jaar blijven meedoen aan de missie. De PVV vindt het maar niets.

Inpakken en wegwezen

Volgens Tweede Kamerlid Louis Bontes van die fractie worden de doelen van het vredesakkoord niet gehaald, is de Nederlandse bijdrage een druppel op de gloeiende plaat en zijn de Nederlandse politieagenten en marechaussees die er actief zijn, hard nodig in Nederland. ''Inpakken en wegwezen'', aldus Bontes.

Het kabinet besloot begin deze maand ook de inzet van twee officieren aan de VN-vredesmissie in de Sudanese regio Darfur (Unamid) met een jaar te verlengen tot eind maart 2012. De twee zijn echter nog in Nederland, omdat ze nog steeds geen visum hebben.

''Daar wachten ze al enkele maanden op. Dat is frustrerend'', zei minister Hans Hillen van Defensie.