DEN HAAG - De Nederlandse politietrainingsmissie naar het Noord-Afghaanse Kunduz kan doorgaan. Dat staat in een brief die het kabinet maandag aan de Tweede Kamer heeft geschreven.

De Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken heeft schriftelijk verzekerd dat de door Nederland opgeleide agenten niet mogen worden ingezet voor offensieve militaire acties.

Volgens het kabinet is met de verzekering voldaan aan de voorwaarde die Nederland stelde, zo schrijven de ministers Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken), Hans Hillen (Defensie), Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) en staatssecretaris Ben Knapen (Ontwikkelingssamenwerking) in de brief.

Nederland gaat pas op z'n vroegst begin volgend jaar Afghaanse agenten een basistraining geven in de provincie Kunduz. Het Duitse trainingscentrum moet nog uitgebreid worden en is pas in januari 2012 gereed.

Ervaring

Enkele Nederlandse trainers zullen daarom komende zomer enkel richting Kunduz gaan om kennis en ervaring op te doen. Eerder was aangekondigd dat de Nederlandse politietrainingsmissie in mei van start zou gaan.

Er vindt nog overleg plaats over de vraag wat de overige trainers tot aan de jaarwisseling kunnen betekenen voor de Afghanen. Mogelijk worden zij betrokken bij het opstellen van het precieze lesprogramma.

Nederlandse trainers zijn volgens het kabinet vanaf komende zomer in ieder geval wel actief bij het begeleiden van politieagenten die de basistraining al hebben afgerond.

Verlenging

Over een verlenging van de basisopleiding van zes naar acht weken heeft Nederland nog geen overeenstemming kunnen bereiken. Het kabinet had onder druk van de oppositie in de Tweede Kamer toegezegd dit te regelen. Het hoopt nu steun te krijgen voor een proef met een achtweekse basistraining, zodat die later mogelijk in heel Afghanistan kan worden ingevoerd.

Als er begin volgend jaar nog steeds geen akkoord is over een achtweekse training, zal Nederland in Kunduz zelf een aanvullende opleiding van twee weken geven.

Het Duitse trainingscentrum leidt ook agenten op die in andere provincies aan de slag gaan. Dat betekent dat een deel van de rekruten die door Nederlanders worden opgeleid, mogelijk ook buiten Kunduz gaan werken. Nederland belooft hen zo goed mogelijk te blijven volgen om in de gaten te houden waar ze heen gaan en wat ze doen.

Groenlinks

GroenLinks wilde pas instemmen met de missie als er harde garanties zouden komen over de civiele taken. Die moesten niet alleen gelden tijdens de opleiding en training, maar ook nadat de agenten waren opgeleid. De partij wil niet dat de agenten uiteindelijk gaan meevechten in een strijd van de NAVO tegen de Taliban. GroenLinks is het niet eens met die NAVO-strategie.

De steun van GroenLinks was belangrijk voor het kabinet om een meerderheid in de Tweede Kamer te krijgen voor de missie. Steun van de kleinere oppositiepartijen was nodig, omdat gedoogpartij PVV tegen de uitzending is. Ook de grootste oppositiepartij PvdA is tegen. De Tweede Kamer ging eind januari akkoord met de missie, maar dan moesten wel de garanties op tafel liggen.

GroenLinks reageert maandagavond nog niet op de brief van het kabinet. De Kamerleden zullen zich er eerst intern over buigen en volgens een woordvoerster op z'n vroegst dinsdag reageren.

PvdA

Tweede Kamerlid Frans Timmermans van de PvdA heeft geen vertrouwen in de garanties die Afghanistan geeft.  "De enige concrete afspraak is de handtekening van de Afghaanse minister dat de opgeleide agenten zullen worden ingezet voor civiele taken in overeenstemming met de Afghaanse wetgeving en Afghaanse nationale politie strategie."

"Dat lijkt leuk, maar dat betekent dat ze gewoon binnen geldende regels opereren. Er zijn dus geen nieuwe afspraken gemaakt. In de praktijk worden ze gewoon ingezet om te vechten.''

De Christenunie zet nog vraagtekens bij de veiligheid van de missie.  "Wij willen niet dat er rekruten worden opgeleid die buiten de provincie Kunduz uit het zicht verdwijnen, want dan hebben we geen zicht meer op hun mandaat en de aanvullende opleiding."