DEN HAAG - De medewerker van het bedrijf Royal Haskoning voor wie de mislukte evacuatie werd ondernomen, wil niet zijn versie van de gebeurtenissen aan de Tweede Kamer komen vertellen.

De Kamer had hier om gevraagd, maar de man heeft aangegeven liever niet in de openbaarheid te treden.

Dat heeft Haskoning laten weten aan de ministers Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) en Hans Hillen (Defensie), die het verzoek tot een, mogelijk vertrouwelijk, gesprek aan het bedrijf hadden overgebracht.

Haskoning respecteert de wens van de werknemer en geeft ook aan altijd te proberen het personeel zo lang mogelijk in anonimiteit te laten werken.

Gemiste kans

De Kamer heeft vrijdag wel een verslag ontvangen dat Haskoning zelf heeft opgesteld. Daarin staat een beschrijving van de pogingen die zijn gedaan om de werknemer te evacueren.

Uit het feitenrelaas blijkt dat de ingenieur donderdag vanuit de Libische havenplaats Sirte mee had gekund op een vlucht naar Griekenland, maar daar toen vanaf heeft gezien. ''Een gemiste kans", zei de medewerker achteraf.

RED24

Haskoning vroeg toen aan een beveiligingsbedrijf RED24, dat voor de Britse tak van het ingenieursbureau werkte, om de werknemer vanuit Sirte naar de Libische hoofdstad Tripoli te halen.

RED24 was dat nog aan het proberen toen op zondag 27 februari het ministerie van Defensie liet weten dat een helikopter van Hr. Ms. Tromp de man kon ophalen.

Evacuatie

Aanvankelijk ging de medewerker van Haskoning daar niet op in, omdat hij nog rekende op evacuatie over land door RED24.

Pas later wisten zijn bazen hem ervan te overtuigen dat die operatie moeilijk zou worden en dat hij beter op het aanbod van de marine in kon gaan. 

Bosnisch vliegtuig

Het is nog altijd niet duidelijk of de Nederlander bij de mislukte evacuatiepoging met een marinehelikopter die dag ook mee had kunnen vliegen met een Bosnisch vliegtuig.

Bij het kabinet was geen informatie over een Bosnische vlucht bekend, schreven de ministers Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) en Hans Hillen (Defensie) vrijdagavond in antwoord op vragen van de Tweede Kamer.

Een Bosnische onderminister stelde eerder dat de Nederlandse evacué had mee gekund met een Bosnisch vliegtuig dat in Sirte landgenoten kwam ophalen.

Geen duidelijkheid

Nederland heeft dat nagevraagd in Bosnië-Herzegovina, dat niet was vertegenwoordigd in een internationaal coördinatiecentrum dat op Malta was ingericht. Maar tot dusver is ''nog geen duidelijkheid verkregen of er op die dag een vlucht naar Sirte was voorzien'', aldus de bewindslieden.

Het kabinet hoopt daarover voor het Kamerdebat dinsdagavond uitsluitsel te hebben.

Civiele vliegtuigen

Het kabinet zegt verder geen aanwijzingen te hebben dat er de bewuste zondagavond vluchten op Sirte werden uitgevoerd. Ook wist het die zondag niets van (geplande) evacuatievluchten met civiele vliegtuigen, die volgens de ministers achteraf gezien wel hebben plaatsgevonden in Sirte.

Wanneer dat was, zeggen ze er niet bij. Het kabinet blijft erbij dat er geen alternatieven waren om de Nederlander te evacueren.

Niet op de hoogte

Uit de antwoorden blijkt verder dat de marinetop niet op de hoogte was van de evacuatiepoging. De directeur operaties van de commandant der zeestrijdkrachten werd pas geïnformeerd toen de operatie was mislukt. De ministers wijzen erop dat de commandant der strijdkrachten over de daadwerkelijke inzet van eenheden gaat, in dit geval de Hr. Ms. Tromp.

Libië heeft als tegenprestatie voor vrijlating van de helikopterbemanning gevraagd zich in te spannen voor teruggave van twee Libische militaire vliegtuigen die door gedeserteerde vliegers naar Malta waren gevlogen.

Waarnemersmissie

Ook moest Nederland zich inzetten voor een internationale waarnemersmissie voor Libië. Het kabinet ging niet op de verzoeken in, omdat die ''niet gepast werden geacht''. Behalve Nederland hebben ook Griekenland en Malta, die een bemiddelende rol speelden, geen enkele toezegging gedaan om de helikopterbemanning vrij te krijgen, stellen Rosenthal en Hillen.

De bewindslieden gaven eerder al aan te vermoeden dat Libië voorkennis had over de actie, omdat er opeens gewapende Libiërs verschenen toen de helikopter was geland. Volgens Rosenthal en Hillen is het echter niet mogelijk om nader onderzoek te doen naar die voorkennis. ''Wel zullen hieruit lessen worden getrokken ten behoeve van de voorkoming van voorkennis bij eventuele toekomstige operaties'', schrijven ze.

Normale werknemer

De ingenieur van Royal Haskoning die op 27 februari met een helikopter uit Libië moest worden geëvacueerd, is geen spion maar een gewone werknemer die al twee jaar in de haven stad Sirte aan de constructie van een kademuur werkte.

Dat heeft Haskoningtopman Erik Oostwegel gezegd tegen NRC Handelsblad in een zaterdag gepubliceerd interview.

Oostwegel wil een einde maken aan alle geruchten die rondgaan over de mislukte evacuatie. De man is een typische ingenieur, die het volgens Oostwegel nogal overdreven vond dat er alleen voor hem een marinehelikopter uitrukte en een ''duwtje in de rug” nodig had om op die manier te worden geëvacueerd.

Ook zegt Oostwegel dat zijn bedrijf geen druk heeft uitgeoefend om Paul (zijn achternaam wordt niet bekendgemaakt) te evacueren. ''Nonsens. Onze ingenieur is een Nederlands staatsburger die in een penibele situatie zat. Alsof dat niet reden genoeg is. Ik kan mij er ongelooflijk over opwinden dat er de hele tijd wordt gesuggereerd dat wij een bijzondere positie hebben.”

Lees alles over de onrust in het MIdden-Oosten op onze special

Profiel Libië

Lees alle tweets over dit nieuws op NUlive