DEN HAAG - De voorgenomen missie naar de Afghaanse provincie Kunduz gaat door, ondanks de recente forse aanslagen die daar zijn gepleegd.

Elke dag zal aan de hand van een dreigingsanalyse worden bepaald of de Nederlandse politietrainers al dan niet buiten de poorten van het opleidingscentrum aan de slag gaan of dat er andere veiligheidsmaatregelen worden getroffen.

Dat zei minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken dinsdag in het vragenuurtje, waar de SP hem opriep de missie af te blazen.

'Ernstige verslechtering'

Volgens SP-Tweede Kamerlid Harry van Bommel is er sprake van een ernstige verslechtering van de situatie in de Noord-Afghaanse provincie ten opzichte van januari, toen het besluit werd genomen.

De SP'er wees op vier aanslagen met tientallen doden, waaronder ook de aanslagen op een gouverneur en vorige week nog op de hoogste politiecommandant, die volgens hem toen was omgeven door tientallen agenten.

Het heeft volgens Van Bommel geen zin de missie door te zetten als de politietrainers toch niet buiten de poort kunnen opereren. Daarmee vervalt in zijn ogen een belangrijk deel van de noodzakelijke politieopleiding.

Risico's

Maar volgens de minister is het in Kunduz-stad nog altijd relatief veilig. Ook is het geweldsniveau in het zuiden en oosten volgens hem nog steeds aanzienlijk hoger dan in het noorden.

''En we hebben nooit gezegd dat er geen risico's zijn'', zei Rosenthal. Hij was het niet eens met de constatering van de SP dat het werk niet buiten de poort kan. ''We letten messcherp op de situatie, elk moment van de dag. Ik ga ervan uit dat het in de regel mogelijk is om buiten de poort te werken'', aldus de minister.

Het is de bedoeling dat de missie van ruim vijfhonderd mensen in juni begint. Voor die tijd wil Nederland afspraken hebben gemaakt met de Afghaanse autoriteiten over het civiele karakter van de Nederlandse bijdrage. Binnenkort gaan kwartiermakers naar Kunduz om de uitzending voor te bereiden.