DEN HAAG - Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) wil sneller ingrijpen bij zeer zwakke scholen. Ze kondigt donderdag in een brief aan de Tweede Kamer aan dat deze scholen eerder hulp krijgen.

Maar als die toch afzakken, krijgen ze nog maar een jaar de tijd om de kwaliteit op orde te brengen, voordat de bekostiging kan worden stopgezet en de school gesloten. Nu kan dat pas na twee jaar. 

Van Bijsterveldt noemt het een forse maatregel. Maar als een zeer zwakke school ondanks alle aansporingen en hulp het onderwijs en de resultaten niet weet te verbeteren, kan het niet anders, meent ze. ''Ik kan dan de school sluiten. Dat is ingrijpend, maar het belang van goed onderwijs voor elk kind staat voor mij voorop.’’

Begin februari telde Nederland 53 zeer zwakke basisscholen en 22 zeer zwakke afdelingen in het voortgezet onderwijs. Vliegende brigades, strenger toezicht door de inspectie en ook veel inzet van de scholen zorgen er volgens de minister voor dat er een stijgende lijn is te zien.

Opgaande lijn

In het basis- en voortgezet onderwijs is het aantal zeer zwakke broeders gehalveerd in vergelijking met 2009. Van Bijsterveldt is daar trots op, maar ze betreurt het dat er ondanks die opgaande lijn nog steeds nieuwe zwakke scholen bijkomen.

''Dat kunnen we ons niet permitteren. Elke leerling die door ondermaats onderwijs zijn talenten niet optimaal ontwikkelt, is er één te veel.’’

Ze wil eerder ingrijpen om zo verder afglijden te voorkomen. En scholen die van de status 'zeer zwak' afkomen, blijft ze scherp in de gaten houden. Van Bijsterveldt vindt echter dat ze de scholen nog steeds voldoende tijd gunt om de noodzakelijke verbeteringen te realiseren.