DEN HAAG - De overheid moet na incidenten terughoudend zijn met het instellen van een aparte onderzoekscommissie. Bij een ramp die heeft geleid tot maatschappelijke verontrusting kan beter een met wettelijke waarborgen omgeven instantie als de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoek gaan doen.

Dat zei Pieter van Vollenhoven maandag bij zijn afscheid als voorzitter van de Onderzoeksraad. Hij vindt dat er nu nog met twee maten gemeten wordt.

Bij een onderzoek van de raad mogen de uitkomsten niet in een rechtszaak gebruikt worden, terwijl dit bij andere onderzoeken wel het geval kan zijn.

Als voorbeeld noemde Van Vollenhoven het recente onderzoek naar de Q-koorts, waarvoor een aparte commissie aan de slag ging. Met onderzoek door de Onderzoeksraad blijven de resultaten ook langer hangen, terwijl een commissie na gedane arbeid weer wordt opgeheven.

Spanningen

Omdat in de nasleep van rampen zoals bijvoorbeeld de Schipholbrand de spanningen tussen de Ondezoeksraad en een betrokken ministerie hoog op kunnen lopen, zou Van Vollenhoven liever zien dat de raad niet meer aan een ministerie is opgehangen, maar aan het parlement of een hoog college van staat.

Onduidelijk

Ook pleitte hij voor een wettelijke verankering van de verdeling van verantwoordelijkheid voor veiligheid tussen de overheid en bedrijven en organisaties. Nu is dat nog onduidelijk en kan niet worden nagegaan of een bedrijf die verantwoordelijkheid wel neemt.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) stelde daarover nog geen conclusies te hebben getrokken, maar wierp wel de vraag op of die verantwoordelijkheid wettelijk vastgelegd moet worden.

Opstelten beëdigde maandag de voormalig Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Tjibbe Joustra tot de nieuwe voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Afscheid Van Vollenhoven