GRONINGEN - De inwoners van Bonaire, Saba en Sint Eustatius wonen tegenwoordig wel in Nederland, maar hebben in tegenstelling tot andere Nederlanders geen indirect kiesrecht voor de Eerste Kamer via de verkiezingen voor de Provinciale Staten.

Daarmee zijn de Statenverkiezingen van 2 maart eigenlijk onrechtmatig. Dat schrijft de Groningse staatsrechtgeleerde Douwe Jan Elzinga woensdag in NRC Handelsblad. ''Pijnlijk'', vindt hij de situatie.

De mensen op Bonaire, Saba en Sint Eustatius (BES) wonen niet in een provincie en kunnen dus niet voor de Staten stemmen en dus ook geen invloed uitoefenen op de samenstelling van de Senaat.

Er is een grondwetswijziging nodig om genoemde eilandbewoners die invloed toch te geven, maar zo'n procedure duurt heel erg lang.

Binnenlandse Zaken erkent dat een en ander geregeld moet worden, maar stelt tegelijk dat een grondwetswijziging ook altijd de intentie is geweest en dat de Tweede Kamer het eens was met de huidige gang van zaken.

Belang

''De Nederlandse regering heeft bij hoog en bij laag beweerd dat de Nederlandse grondwet geheel en in alle opzichten van toepassing is op de BES-burgers. Dat is van belang, omdat Nederlandse instellingen – waaronder de Eerste en de Tweede Kamer – het leven en het lot van de nieuwe, Caraïbische medeburgers verregaand meebepalen'', werpt Elzinga echter tegen.

''Omdat de regering vaart in het proces wilde houden en ondanks allerlei waarschuwingen niet op een grondwetsherziening wilde wachten, kon het indirecte kiesrecht voor de Eerste Kamer niet worden verleend aan de BES-burgers. Deze uitsluiting is niet alleen in strijd met onze eigen grondwet, maar ook met het gelijkheidsbeginsel uit internationale verdragen'', klaagt de gezaghebbende geleerde.

Verkiezingen

Op 2 maart zijn op de BES-eilanden de verkiezingen voor hun eilandsraad, die als gevolg van een uitspraak van het gemeenschappelijke Hof van Justitie het karakter hebben van gemeenteraadsverkiezingen.