Minister van Economische Zaken Maxime Verhagen ziet zichzelf als een terreinknecht bij het voetbal. "Ik kan zorgen voor de goede grasmat, maar de spelers moeten de doelpunten maken."

Tegenover NU.nl ontvouwt hij vast een deel van zijn plannen om Nederland ondernemender en innoverender te maken.

Hoe ondernemend zijn we in Nederland eigenlijk?

“Verbazingwekkend ondernemend als je het vergelijkt met andere landen. We zijn ondernemender dan de Amerikanen, dat is een goed teken. Ook kleine ondernemers hebben zoiets van: aanpakken. Ook in moeilijke economische tijden.”

“En dat is maar goed ook, want uiteindelijk is het niet Den Haag maar zijn het de ondernemers die zorgen voor economische groei, werkgelegenheid en vernieuwingen.”

Waarom is Nederland zo ondernemend?

“Dat zit in de mentaliteit. In sommige landen is het aantal startende ondernemers door de crisis afgenomen, hier is dat aantal juist toegenomen.”

“Ik constateer wel dat er weinig snelle groeiers zijn. De nieuwe Tomtom's zie ik nog niet. Bedrijven die snel naar de beurs kunnen. Deze bedrijven moeten meer de ruimte krijgen om te ondernemen.”

Hoe gaat u ze die ruimte geven?

“Snoeien in bureaucratie en snellere vergunningverlening. Ook moeten kleine bedrijven, bijvoorbeeld ICT-bedrijven, meer kans maken op overheidsopdrachten. Bij innovatieve software is dat de manier om sneller een grotere omzet te draaien.”

Hoe komt het dat ze die kans nu niet krijgen?

“Overheidsopdrachten worden vaak geclusterd. Dan wordt gezegd: je kan bij ons software leveren, maar dan moet je de rest van het land ook leveren. Dan vallen veel bedrijven af. Ik wil af van de oneigenlijke voorwaarden die er nu gesteld worden.”

Waarom stelt de overheid nu dit soort eisen dan?

“De overheid wil op zeker varen en de wetgeving maakt dat mogelijk. Ze willen bijvoorbeeld alleen werken met een bedrijf waar ze al jarenlang zaken mee doen. Die regels moeten strakker worden om kleine ondernemers met een goed product ook een kans te geven.”

Maar dan kan de overheid alsnog kiezen voor diegene waarmee ze al zaken deden.

“Maar als er een bedrijf zegt: ik lever dit voor minder geld, dan krijg dat bedrijf die opdracht.”

De keuze ligt nog altijd bij de overheid.

“Uiteraard zal diegene die de opdracht afneemt bepalen bij wie hij dat doet. Maar de regels moeten eerlijk zijn.”

Ook innovatie is een belangrijke peiler bij het ministerie. Toch verdwijnen de subsidies. Hoe kan Nederland daarin dan ooit voorop gaan lopen?

“Uit CBS-cijfers blijkt dat bedrijven achterblijven met innovatie. Dus het systeem van subsidie geven werkt niet, integendeel. Een ondernemer innoveert niet omdat hij subsidie krijgt, maar omdat hij gelooft in het product.”

Wat is het alternatief?

“We gaan veel meer kijken naar de wensen van het bedrijfsleven. Er komt een fonds waarbij ondernemers krediet kunnen krijgen. Daarmee geven we dus een steun in de rug en als het product succesvol is komt dat geld weer terug. We gaan dus slimmer met overheidsgeld om.”

Het is een harde eis dat het geld terugkomt?

“In principe zal de weging van het risico bij de ondernemer liggen, maar als onverhoopt het traject moet worden gestopt zal de lening worden omgezet in een subsidie.”

Waarom zou zo'n leenstelsel dan iets aan de innovatiedrift van ondernemers veranderen?

“Omdat je de ondernemer zo meer prikkelt om investeringen te doen die rendabel zijn. Je zet ook als overheid het geld in met het idee dat het ook echt winst kan opleveren."

“Ik zie mezelf een beetje als een terreinknecht van een voetbalclub. Ik kan zorgen voor de goede grasmat, maar de spelers moeten de doelpunten maken.”

Waar zal de overheid dan op inzetten?

“We moeten ons concentreren op dingen waar we echt goed in zijn. Bijvoorbeeld chemie, hi-tech, water en agrofood. Daarmee kun je groei bewerkstelligen. Zeker als je op die gebieden ondernemers en wetenschappers aan elkaar koppelt. Dat gaat we dus ook doen."