DEN HAAG - Het vragenuurtje nieuwe stijl zal meer recht doen aan de rol van de volksvertegenwoordiger. Dat zei Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet dinsdag, vlak voor de Kamer met een opgepoetst vragenuurtje weer voor het eerst na het Kerstreces bijeenkomt.

Het nieuwe vragenuur is ontstaan uit ongemak over hoe het de afgelopen tijd verliep. Ministers weidden vaak lang uit en andere Kamerleden dan de vragensteller hadden ook het recht zich tot de minister of staatssecretaris te wenden. Daardoor pasten er niet meer dan vier vragen in een uur.

Nu moet een minister de eerste vraag in drie minuten beantwoorden en het Kamerlid dat de vraag indiende, mag twee tot drie keer doorvragen. Anderen mogen niet interrumperen.

Uiteindelijk moeten er dan zes tot misschien acht vragen in een uur passen. Verbeet hoopt dat dat er toe leidt dat er bij de Kamer minder behoefte is aan spoeddebatten.