DEN HAAG - Instanties als het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Rechtspraak kunnen zich buigen over de plannen van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie om de pakkans van criminelen te vergroten met behulp van kentekenregistratie.

Plannen daarvoor werden al in het regeerakkoord en nog eens door de bewindsman aangekondigd. Dinsdag gaat er een voorstel naar genoemde lichamen.

Opstelten wil alle kentekengegevens die de politie met camera's automatisch vastlegt, vier weken bewaren om misdrijven op te sporen en voortvluchtige verdachten en veroordeelden aan te houden.

Niet bevoegd

De politie is op dit moment nog niet bevoegd alle kentekengegevens te bewaren en achteraf in te zien. Opstelten wil nu een wettelijke basis, waardoor dat wel mag. Een bewaarperiode van tien dagen, waaraan het vorige kabinet dacht, vindt hij te kort.

In een aantal politieregio’s werd in het verleden al gewerkt volgens de manier die de minister nu voorstelt, maar daarvoor ontbrak de wettelijke basis. Het leidde ook tot flink wat kritiek van privacybeschermers.

Zware misdrijven

Niettemin werden er zware misdrijven mee opgelost, herinnert zich een woordvoerder van Opstelten: ''Zo vond de politie een keer het lichaam van een overleden slachtoffer in de buurt van een autoweg. De verdachte maakte gebruik van een transportauto waarvan de bandensporen overeenkwamen met die van de plaats delict."

"Uit gegevens van een verkeersregistratiesysteem, dat de kentekengegevens van passerende auto’s vastlegde en bewaarde, bleek dat de transportauto gedurende een bepaalde periode bij de plaats delict was geweest. Dit droeg bij aan het bewijs dat de verdachte opzettelijk het lichaam had verborgen.''