DEN HAAG - Minister Marja van Bijsterveldt (Media) deelt de conclusie van de VVD niet dat één van de drie publieke tv-netten (Ned. 1, 2 en 3) kan worden geschrapt. Dat zei ze maandagavond in het debat in de Tweede Kamer over haar mediabegroting.

Tweede-Kamerlid Anouchka van Miltenburg (VVD) opperde in het debat dat een zender kan worden geschrapt omdat in het regeerakkoord is geregeld dat dat moet gebeuren als er sprake is van verschraling van het aanbod.

Nu de omroepen 200 miljoen euro moeten besparen, hebben omroepbestuurders een brief geschreven dat door die besparing de kwaliteit van de programma's zal dalen.

Volgens de VVD kan er dus een net weg. De minister vindt echter dat er tussen een lagere kwaliteit en een verschraling van het aanbod ''nog een hele wereld zit''.

Ze wil de kwestie eerst nader bekijken. ''Ik heb eerst de behoefte om zelf te kijken wat er mogelijk is via efficiency en bijvoorbeeld fusies van omroepen'', aldus de CDA-bewindsvrouw.

''Tegen de zomer kom ik met een brief waarin dit soort zaken aan de orde komen. Ook kom ik dan met een omroepvisie.''

Zorgvuldig proces

Ze sprak over een zorgvuldig proces waarbij ze niet over één nacht ijs wil gaan. ''Het is een uitdaging om naar de efficiency te kijken. Bij de discussie over het al dan niet schrappen van een net wil ik wegblijven. We moeten ons ook niet rijk rekenen, want door het schrappen verliezen we STER-gelden. En bovendien, kijk eens wat we met het derde net hebben bereikt, door jongeren bij de omroep te betrekken.''

GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi probeerde Van Bijsterveldt nog uit te dagen door te vragen naar haar definitie van verschraling, maar daar wilde ze in dit verband geen uitspraken over doen. ''Ik laat me daar niet toe verleiden.''

PowNed

Over de inhoudelijke kritiek van de SGP op PowNed, een van de bespelers van het derde net, zei de bewindsvrouw dat ze als minister niet haar mening mag ventileren over de kwaliteit van PowNed-programma's.

''Ik hoor in mijn functie op gepaste afstand te blijven. Of PowNed een toegevoegde waarde heeft voor het publieke bestel, dat zal aan het einde van de rit blijken, over vijf jaar. Ik hoef er gelukkig nu geen oordeel over te geven.''