DEN HAAG - Defensie heeft een groot tekort aan reserveonderdelen en munitie. Hierdoor kunnen reparaties vaak niet volledig worden uitgevoerd en is als gevolg daarvan materieel niet te gebruiken.

Door het gebrek aan munitie kunnen bovendien niet alle schietoefeningen nog worden uitgevoerd. Als er niets gebeurt, is vanaf eind volgend jaar de geoefendheid van eenheden van de pantserinfanterie niet meer te garanderen.

Dat schrijft minister Hans Hillen (Defensie) woensdagavond aan de Tweede Kamer. De tekorten hebben een financiële oorzaak en komen ook door het intensieve gebruik in Afghanistan. En als Defensie al bestellingen voor reserveonderdelen of munitie kan plaatsen, zijn de levertijden heel lang.

Weinig vrolijk

In zijn antwoorden aan de Kamer, ter voorbereiding op de bespreking van de defensiebegroting, schetst Hillen een weinig vrolijk beeld van de situatie bij Defensie. Zijn ministerie staat volgens Hillen aan de vooravond van omvangrijke bezuinigingen, die oplopen van 200 miljoen in 2011 tot 635 miljoen in 2018.

Komend voorjaar wil Hillen laten weten hoe hij de bezuinigingen gaat halen. Voor volgend jaar zijn die al ingevuld. Het grootste deel ervan wordt gehaald door het uitstellen van investeringen in materieel en infrastructuur.

Inkomsten

De inkomsten uit de verkoop van overtollig materieel vallen voor Defensie tegen. Dit jaar was er 246 miljoen euro begroot, maar naar verwachting pakt de opbrengst 50 miljoen lager uit. Een van de belangrijkste oorzaken is de economische crisis.