DEN HAAG - De nieuwe minister van Defensie, Hans Hillen, probeert zo snel mogelijk naar Afghanistan te gaan om met eigen ogen te zien hoe het daar is. Hij zei dat vrijdag in het VARA-radioprogramma DeGids.fm.

Hillen reageerde daarin ook op uitlatingen van luitenant-kolonel Jelte Groen, een van de adviseurs van de bevelhebber van de Amerikaanse militairen in het Midden-Oosten en Centraal-Azië (Centcom).

Groen suggereerde onlangs in het personeelsblad van de landmacht dat Nederlandse militairen zich te hard op de borst slaan over hun optreden in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Hillen is het niet met hem eens. ''Ik vind dat de militairen zich helemaal niet zo keihard op de borst slaan'', zei hij. Volgens de bewindsman doen de meeste militairen een ''ontzettend goede klus'', maar praten ze er eigenlijk amper over.

Bescheidenheid

Volgens Groen is bescheidenheid een belangrijke eigenschap voor iedere militair. Hij vindt dat de Nederlanders het goed hebben gedaan in Uruzgan, waar Nederland tot augustus de militaire leiding had.

Maar ''we waren een radertje in een groter geheel'', aldus de militair. ''Jan Kaas heeft vaak moeite met die gedachte, hij zou wel wat nederiger mogen zijn. Nederlanders zijn daar misschien te individualistisch voor. Onze zelfgenoegzaamheid helpt ons niet.''

Vijand

Groen wijst er ook op dat de vijand in Uruzgan een Afghaan was ''met een buks op een brommer''. Volgens hem hebben ''we het knap lastig gehad met een tegenstander met beperkte middelen''.

Hillen vindt dat Groen op zich wel een punt heeft. ''Wij zitten daar niet om te winnen van Afghanen, wij zitten daar om te zorgen dat de rechtsstaat hersteld wordt'', zei de minister.

''Wat wij aan het doen zijn, is niet een oorlog voeren tegen een vijand. Wat wij in de eerste plaats aan het doen zijn, is een land opbouwen.''

Hillen is nog nooit in Afghanistan geweest. De kersverse minister wil daarom ''binnen afzienbare tijd'' een bezoek aan het land brengen.