DEN HAAG - De coalitiepartijen VVD en CDA verwerpen het voorstel van gedoogpartner PVV om het staatshoofd uit de regering te halen.

Premier Mark Rutte gaf dat woensdag aan tijdens het debat over de regeringsverklaring.

PVV-leider Geert Wilders had het minderheidskabinet dinsdag gevraagd een grondwetswijziging voor te bereiden om te regelen dat de koning geen lid meer van de regering is.

De oppositiepartijen SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de dieren steunden die oproep woensdagavond. Maar die vijf partijen vormen met 61 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer.

Debat

Rutte had al gezegd dat het kabinet niet bereid is gehoor te geven aan het verzoek. Daarom zal de PVV, zoals aangekondigd, een initiatiefwetsvoorstel voor een ceremonieel koningschap indienen en daarover het debat met het kabinet aangaan.

Rutte wees erop dat toenmalig PvdA-premier Wim Kok in 2000 een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd over de positie van het koningshuis.

Actualiteitswaarde

''Dat nog eens herlezend heeft het aan actualiteitswaarde niet ingeboet. Er is altijd een soort vooronderstelling in dit soort discussies dat de koning als lid van de regering macht heeft. Het staatsbestel is natuurlijk zo ingericht dat de koning niet over zelfstandige staatsrechtelijke bevoegdheden beschikt'', stelde Rutte.

De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. De ministeriële verantwoordelijkheid strekt zich uit tot al zijn handelen, benadrukte Rutte. De grondwet waarborgt volgens hem een ''sluitend stelsel van parlementaire controle''.

Bijzonder jammer

Wilders noemde de reactie van Rutte op zijn verzoek bijzonder jammer. ''In de 21e eeuw is geen plaats voor iemand die op basis van erfopvolging en niet op grond van democratisch gekozen verkiezingen lid is van de regering'', zei Wilders.

De PVV is volgens hem koningsgezind. ''Maar niet met politieke invloed. Volgens mij merkt u dat elke week als u daar op bezoek gaat'', zei hij tegen de premier.