DEN HAAG - Pensioenfondsen die van De Nederlandsche Bank (DNB) ingrijpende maatregelen moeten nemen, zoals het snijden in uitkeringen van gepensioneerden, moeten daarover binnen twee weken openheid van zaken geven.

De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met een motie daartoe van D66-Kamerlid Fatma Koser Kaya.

Vorige maand ontstond veel ophef toen bekend werd dat veertien fondsen mogelijk moeten korten op de pensioenuitkeringen, omdat hun buffers onvoldoende zijn.

Volgens Koser Kaya zijn de fondsen zelf verantwoordelijk voor de communicatie met hun deelnemers, maar zijn de regels nu te vrijblijvend.

Onrust

In haar ogen kan eerlijke en snelle communicatie veel onrust en onbegrip wegnemen. Haar motie is met algemene stemmen aangenomen.

Nu is alleen in de wet geregeld dat uiterlijk een maand nadat het besluit is genomen om te korten op pensioenuitkeringen de betrokkenen ingelicht moeten worden.

Volgens demissionair minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) is een wetswijziging nodig om ook een meldingsplicht te introduceren als een fonds van DNB te horen heeft gekregen dat het 'afstempelen' van uitkeringen overwogen moet worden.

Haast

Donner heeft vorige week al toegezegd dat hij de communicatie wil meenemen in aanpassing van wetgeving.

Zo riep hij de Kamer op haast te maken met wetgeving voor verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar, zodat daarmee volgend jaar al in de aanvullende pensioenen rekening gehouden kan worden. Als mensen later stoppen met werken, scheelt dat in de verplichtingen voor de fondsen.

Tevens overlegt de minister met werkgevers en vakbonden over aanpassingen van regels op basis van hun pensioenakkoord.

Druk

Daarbij wordt ook gekeken naar het financieel toetsingskader en de toepassing van de rekenrente. De lage rentestand zet net als de stijgende levensverwachting de pensioenbuffers onder druk.

Verder wil Donner aan de slag met aanbevelingen van de commissies, die onder leiding van Kees Goudswaard en Jean Frijns de toekomst van het pensioenstelsel hebben bekeken. Het bestuur van de fondsen moet beter en er is meer ruimte nodig voor voorwaardelijke toezeggingen.

Sociale partners moeten beter per sector en bedrijf afwegen tegen welke prijs er zekerheid geboden kan worden en in hoeverre mensen onzekerheid accepteren over hun pensioenleeftijd en hun -uitkering.