DEN HAAG - De zwemvaardigheid van kinderen is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van ouders. Scholen en gemeenten kunnen hierin wel ondersteunen.

Dat heeft demissionair minister André Rouvoet van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) deze week laten weten in antwoord op Kamervragen over de zwemvaardigheid van kinderen.

De vragen waren gesteld door de SP naar aanleiding van een bericht over de Reddingsbrigade Nederland. Deze constateerde vorige maand dat kinderen steeds slechter zwemmen en dat hun conditie achteruitgaat. Zwemmers die hulp nodig hadden, waren veelal kinderen.

Zorgen

Het ministerie maakt zich, net als de Reddingsbrigade, zorgen dat kinderen in Nederland vaak geen zwemdiploma hebben. Gemiddeld kost het behalen van een A-zwemdiploma 400 euro. Zwemverenigingen bieden vaak zwemlessen aan tegen een lager tarief.

Verder kunnen gemeenten ouders met lage inkomens tegemoet komen in de kosten van particuliere zwemlessen.

Registratie

Hoeveel kinderen elk jaar de basisschool verlaten zonder zwemdiploma is bij OCW niet bekend. De minister laat weten dat hiervan geen registratie wordt bijgehouden. Wel blijkt uit een rapportage dat in 2007 88 procent van de autochtone kinderen tussen zes en vijftien jaar oud een zwemdiploma had.

Dat was nauwelijks anders dan in 2003, bij de voorlaatste meting. Van de allochtone kinderen had 76 procent een zwemdiploma, tegen 72 procent in 2003.

Schoolzwemmen

Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat schoolzwemmen voor het behalen van een zwemdiploma van beperkt belang is. Slechts 10 procent van de kinderen met een zwemdiploma heeft dit behaald tijdens schoolzwemmen. Het is bij OCW niet bekend welke gemeenten het schoolzwemmen aanbieden en welke niet.

Rouvout heeft in mei wel subsidiegeld verstrekt voor het opzetten van een registratiesysteem, zodat gemeenten beter inzicht krijgen in de zwemvaardigheid van kinderen na afronding van de basisschool.