AMSTERDAM - Nederlandse diplomaten in het buitenland hebben deze week instructies gekregen over wat zij moeten zeggen op vragen over Geert Wilders en de PVV. NRC Handelsblad heeft de instructies dinsdag gepubliceerd.

Diplomaten moeten benadrukken dat de PVV niet in de regering komt, blijkt uit het document. "Er wordt gesproken over de vorming van een regering door de christendemocraten en de de VVD", staat in het stuk.

Dat de PVV bij alle gesprekken zit, wordt niet vermeld. Er wordt wel uitgelegd dat de PVV gedoogsteun gaat geven aan het nieuwe kabinet.

Het document benadrukt verder dat veel geruchtmakende plannen van Wilders, zoals het verbieden van de Koran of een stop op de bouw van moskeeën, in strijd zouden zijn met de grondwet. "Voor zover wij weten is de volgende regering niet van plan de grondwet te wijzigen."

Stemmen

Diplomaten mogen geen antwoord geven op de vraag hoe het kan dat de PVV zoveel stemmen heeft gekregen. "Het is niet de taak van de Nederlandse overheid om de uitslag van deze democratische verkiezingen te interpreteren."

De instructies zouden zijn opgesteld onder verantwoordelijkheid van minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, die als fractievoorzitter van het CDA onderhandelt met de VVD en de PVV.

Buitenlandse Zaken ontkent dat Nederlandse ambassades instructies zouden hebben ontvangen.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken dinsdag. Hij wilde bevestigen noch ontkennen dat een document op de site van NRC Handelsblad met die strekking inderdaad een interne mededeling is. GroenLinks en D66 willen niettemin duidelijkheid over de kwestie.

Volgens de zegsman worden ambassades bij alles wat speelt in Nederland altijd op de hoogte gehouden. Dat gebeurt op verschillende manieren. Overigens zijn voor zover hem bekend in het buitenland bij de ambassades nog geen vragen of protesten binnengekomen over de ontwikkelingen in de kabinetsformatie.

Effect

Verhagen waarschuwde Wilders eerder deze week al voor het effect van zijn woorden. De CDA-fractievoorzitter maakte publiek duidelijk dat het ''een ieder vrijstaat te doen wat hij wil'' maar dat hij ervan uitgaat dat daarbij ook verantwoordelijkheid in acht wordt genomen.