DEN HAAG - Tot nu toe zijn door hulpverleners die met jeugd werken, zoals medewerkers van politie, onderwijs, gemeenten en huisartsen, meer dan 150.000 meldingen gedaan bij de zogeheten Verwijsindex Risicojongeren.

Dat heeft ruim 30.000 matches in het waarschuwingssyssteem opgeleverd. Dat betekent dat over één jongere meerdere meldingen zijn binnengekomen over zaken die erop wijzen dat ze op het verkeerde pad dreigen te komen, bijvoorbeeld spijbelen en drugsgebruik.

De ministerraad heeft vrijdag besloten dat vanaf 1 augustus gemeenten verplicht zijn om te werken met de verwijsindex.

Er zijn al veel lokale overheden aangesloten op het landelijke digitale systeem, waarop hulpverleners jongeren tot 23 jaar moeten aanmelden als die in de gevarenzone zitten.

Naar verwachting zijn per 1 augustus meer dan vierhonderd van de ongeveer 430 gemeenten al aangesloten.

Dat de verwijsindex dan in bijna alle gemeenten is ingevoerd, noemt demissionair minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) een mooi resultaat.

''Want het gaat er natuurlijk om dat hulpverleners in alle gemeenten van Nederland dit instrument gaan gebruiken'', aldus de ChristenUnie-bewindsman.

Sneller hulp

De bedoeling is dat door het waarschuwingssysteem jongeren sneller hulp krijgen als ze problemen hebben die hun ontwikkeling in gevaar kan brengen.

Ook wordt per 1 augustus vastgelegd welke hulpverleners mogen melden aan de verwijsindex. Bij alle instellingen die op het computersysteem zijn aangesloten, gaat een alarm af als er op twee of meer plaatsen blijkt dat een jongere in de problemen dreigt te komen.

Discussie

In de Tweede Kamer is veel discussie geweest over de verwijsindex wegens het plan om Antilliaanse jongeren apart te registreren. Dat idee sneuvelde, omdat het vastleggen van afkomst te omstreden is.

Volgens een woordvoerder van Rouvoet wordt binnenkort onderzocht of en hoe er actie wordt ondernomen als er in het systeem matches worden gemaakt en of de jongeren inderdaad sneller geholpen worden.