DEN HAAG - Mensen die een een huwelijkspartner uit het buitenland willen halen, hoeven niet meer minstens 120 procent van het minimuminkomen te verdienen.

Per geval moet worden bekeken of iemand die een gezin wil vormen, een vast inkomen heeft. Dat heeft minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) dinsdag gezegd in de Tweede Kamer.

Hij reageerde op een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van vorige week. Dat bepaalde dat per individu moet worden bekeken of de inkomsten voldoende zijn om een gezin te onderhouden.

Hirsch Ballin zei de uitspraak te respecteren. Wel blijft overeind dat er geen beroep mag worden gedaan op de bijstand.

Onderscheid

Verder gaf het hof aan dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen mensen die al getrouwd waren voor ze naar Nederland kwamen (gezinshereniging) en mensen die een partner naar ons land willen halen (gezinsvorming).

Ook daar gaat Hirsch Ballin gehoor aan geven. Voor beide groepen gaat gelden dat beide partners minstens 21 jaar moeten zijn. Voor gezinshereniging gold een minimumleeftijd van 18 jaar.

Gaten

VVD en PVV voerden aan dat de uitspraak van het hof gaten heeft geschoten in het beleid om huwelijksmigratie aan banden te leggen. Het CDA gaf aan graag vast te willen houden aan de eis van 120 procent van het minimuminkomen.

Hirsch Ballin wierp tegen dat zijn beleid nog recht overeind staat en op het punt van de leeftijd zelfs is aangescherpt.

Vrijdag spreekt de ministerraad over het onderwerp, waarna de minister de Kamer nader zal informeren over aanpassing van de regels.