DEN HAAG - Het kabinet maakt er geen gewoonte van om de opbrengst van landelijke acties voor slachtoffers van een ramp te verdubbelen. Dat dat onlangs wel gebeurde bij de actie voor de slachtoffers van de aardbeving in Haïti, was een uitzondering.

Dat zei minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) donderdag in een overleg met de Tweede Kamer. Fracties als het CDA, de VVD, SP en D66 wilden weten of de giften van volgende acties nu ook automatisch worden verdubbeld.

Haïti is echter ''geen precedent'', stelde Koenders. De regering doneerde 41,2 miljoen euro voor het zwaar getroffen Caraïbische land.

Koenders vindt dat hij daarmee een juist besluit heeft genomen. De ramp in Haïti had volgens hem een specifiek karakter, mede omdat het overheidsapparaat er ontbrak.

Omvang

Ook de omvang van de catastrofe, de actiebereidheid in de Nederlandse samenleving en de brede politieke steun waren voor Koenders redenen de opbrengst van de actie van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) tot een bepaald tijdstip te verdubbelen.

Ook veel gemeenten en provincies maakten geld over op giro 555. Daarover ontstond discussie, omdat belastinggeld op die manier werd verdubbeld met belastinggeld. De VVD en D66 riepen Koenders hierover ter verantwoording.

Simpel

De minister zei dat hij het vooral simpel heeft willen houden en dat het ondoenlijk zou zijn om alle bedragen vervolgens uit te splitsen. Het is volgens hem bovendien aan de lagere overheden om zich te verantwoorden en aan bijvoorbeeld gemeentelijke politici om zich erover uit te spreken.

VVD-Kamerlid Han ten Broeke vindt dat de regering voortaan alleen nog particuliere hulpgelden mag verdubbelen zodat ''burgers het gevoel hebben dat het hun bijdrage is die ertoe doet''.

Nederland stuurde na de aardbeving onder meer een reddingsteam, een marineschip en mariniers naar Haïti. Ons land heeft ook maximaal zestig marechaussees beschikbaar gesteld om politietaken uit te voeren. Of ze ook echt afreizen naar Haïti, is nog altijd niet duidelijk.