Belangrijkste conclusies commissie-Davids

AMSTERDAM - De commissie-Davids produceerde een rapport van honderden pagina's. Daarin worden 49 conclusies getrokken.

In de eerste daarvan merkt de commissie op dat het beter zou zijn geweest als het onderzoek eerder had plaatsgevonden. Het kabinet hield een onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming rond de inval jarenlang tegen, maar zwichtte in januari 2009 voor druk van de Tweede Kamer.

Volgens de commissie werd het besluit voor de steun voor de invasie in korte tijd genomen, en verzamelde de regering daarna selectief informatie die bij dat standpunt aansloot.

De belangrijkste van de 49 conclusies op een rij:

Brainstormsessie

De basis voor het kabinetsstandpunt over de inval werd in augustus 2002 gelegd tijdens een korte 'brainstormsessie' van de net aangetreden minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer met zijn ambtenaren op het departement.

Minister Korthals van Defensie werd daarbij niet betrokken, net als premier Balkenende. Die laatste heeft volgens de commissie "aanvankelijk weinig of geen leiding gegeven aan de debatten over de kwestie-Irak." Dat ging hij pas begin 2003 doen, maar toen lag het regeringsstandpunt al vast.

Geen mandaat

De resoluties van de VN Veiligheidsraad boden geen basis voor de inval in Irak. Volgens de commissie waren die - anders dan de regering zei - redelijkerwijs niet uit te leggen als een mandaat voor militair ingrijpen.

De vraag of een juridische basis bestond voor de inval werd volgens het onderzoek echter ondergeschikt gemaakt aan het regeringsstandpunt dat al in de zomer van 2002 tot stand was gekomen.

Inlichtingen

De regering heeft rapporten over wapeninspecties van de Verenigde Naties selectief geïnterpreteerd. Nuances in die rapporten werden door het ministerie van Buitenlandse Zaken niet weergegeven.

De Nederlandse inlichtingendiensten hebben niet of nauwelijks eigen informatie ingewonnen over het vermeende wapenarsenaal van Irak. De AIVD en de MIVD baseerden zich hoofdzakelijk op openbare bronnen en inlichtingenmateriaal van buitenlandse zusterdiensten.

Kritische analyse van die inlichtingeninformatie werd vanaf begin 2003 niet meer uitgevoerd. Daarvoor had de militaire inlichtingendienst MIVD nog vastgesteld dat de Iraakse mogelijkheden om massavernietigingswapens in te zetten beperkt waren.

Nuanceringen in rapporten van de beide inlichtingendiensten werden door de betrokken ministers niet overgenomen. "Uit de rapporten werden slechts die uitspraken gedestilleerd die pasten in het reeds ingenomen standpunt."

Tweede Kamer

De regering heeft de Tweede Kamer op een aantal punten onvolledig, en mogelijk onjuist geïnformeerd. In november 2002 heeft het kabinet het parlement niet goed op de hoogte gebracht van een Amerikaans verzoek om mee te werken aan de opbouw van de troepenmacht rond Irak.

Volgens de commissie is in de Tweede Kamer "geen noemenswaardig debat" gevoerd over de dreiging die uitging van de vermeende Iraakse massavernietingswapens.

Ook schetste de regering in de Tweede Kamer een grotere rol van de AIVD en de MIVD dan die daadwerkelijk hebben gespeeld in de informatievergaring, nadat kritische rapporten waren verschenen over de functioneren van buitenlandse inlichtingendiensten.

Geen militaire rol

De commissie zegt geen aanwijzingen te hebben gevonden dat Nederland een actieve militaire rol heeft gespeeld bij de inval of de voorbereiding daarvan. Wel werd een Nederlands fregat ingezet voor escortediensten voor vaartuigen die wel bij de opbouw van de invasiemacht betrokken waren. Dat gebeurde onder de vlag van de operatie Enduring Freedom, waar Nederland aan deelnam.

Tip de redactie