DEN HAAG - De commissie-Davids moet zich ook buigen over de informatie van de Britse oud-ambassadeur Christopher Meyer over het besluit van toenmalig premier Tony Blair en de Amerikaanse president George Bush om in het voorjaar van 2002 Irak binnen te vallen.

Dat stelt SP-Kamerlid Harry van Bommel vrijdag.

De Britten zijn bezig met een nieuw onderzoek naar de inval in Irak en Meyer werd donderdag verhoord.

Volgens de voormalige Britse ambassadeur in Washington moesten functionarissen bewijzen bij elkaar sprokkelen voor de stelling dat de Iraakse dictator Saddam Hoessein beschikte over massavernietigingswapens.

Die zouden als aanleiding worden gebruikt voor een inval. De wapens zelf zijn echter nooit gevonden.

Onderzoek

De Nederlandse commissie-Davids rondt momenteel het onderzoek af naar de manier waarop Nederland in 2002 tot het besluit kwam om de inval politiek te steunen. Dat moet 12 januari klaar zijn.

Het onderzoek zal ook gaan over de vraag wat Nederlandse inlichtingendiensten wisten van massavernietigingswapens in Irak en van wie die informatie afkomstig was. Van Bommel vindt dat de commissie ook met Meyer moet spreken. ''Anders is het rapport onvolledig.''

Relevante zaken

Een woordvoerder van de commissie stelt dat er sinds maart zowel op basis van binnenlandse als buitenlandse bronnen onderzoek wordt gedaan.

''De heer Van Bommel kan ervan verzekerd zijn dat het rapport ook de voor Nederland relevante zaken die hebben gespeeld in Groot-Brittannië, zal beschrijven'', aldus de zegsman.