DEN HAAG - Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) stelt een onderzoek in naar het afluisteren en opnemen van telefoongesprekken.

Hij komt daarmee tegemoet aan de wens van een meerderheid in de Tweede Kamer, die donderdag opheldering vroeg over het hoge aantal taps.

De eerste helft van dit jaar werden er 13.223 telefoons afgetapt. Gemiddeld liepen er dagelijks 2254 taps. Dat is veel meer dan in buurlanden van Nederland.

De Kamer eiste ook cijfers over de aantallen geheime afluisteractiviteiten van de inlichtingendiensten AIVD en MIVD. Maar Hirsch Ballin zei daar niet over te gaan. Hij zou deze eis doorspelen naar de ministers Eimert van Middelkoop (Defensie) en Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken).

Geen genoegen

Die wezen een eerder verzoek van de Kamer om cijfers over het aantal taps van deze diensten af. De Kamer neemt daar echter geen genoegen mee. Ook Ter Horsts partijgenoot Ton Heerts van de PvdA niet.

Het onderzoek naar de politie- en justitietaps moet leiden tot meer inzichten in de effectiviteit en de kosten. Ook wordt gekeken of mensen die afgeluisterd zijn, daar wel van op de hoogte gebracht worden. Dat is wettelijk verplicht. Maar volgens GroenLinks gebeurt dat niet altijd.

Hirsch Ballin beloofde dat hij het veelvuldige tappen zal vergelijken met andere opsporingsmethoden. Hij hield de Kamer voor dat taps niet alleen bedoeld zijn om mensen op te sporen en te veroordelen als er al een criminele daad is gebeurd, maar dat ze ook gebruikt worden om bijvoorbeeld een moord te voorkomen.

Terughoudend

De Kamer vroeg ook om een vergelijking met het gebruik van taps in andere landen dan Nederland, zoals België of Duitsland waar minder afgeluisterd wordt. Maar Hirsch Ballin was daar terughoudend over.

Volgens de minister is het lastig de opsporingsmethoden van bijvoorbeeld andere rechtsstelsels met elkaar te vergelijken. De VVD wees er op dat justitie in België meer gebruikmaakt van infiltranten en de Duitsers vaker werken met criminele informanten.