DEN HAAG - De voorgenomen miljoenenbezuiniging op de politie heeft donderdag opnieuw geleid tot een aanvaring tussen de oppositie in de Tweede Kamer en minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken.

De bewindsvrouw houdt vol dat die ingreep niet ten koste gaat van blauw op straat.

De oppositiepartijen bestrijden dat, onder meer op grond van waarschuwingen en kritiek die ze horen van agenten, vakbonden en burgemeesters.

Ter Horst zei dat die signalen belangrijk, maar niet de enige waarheid zijn. In de afgelopen zes jaar is het budget voor de politie volgens haar met 1,2 miljard euro toegenomen.

Daardoor heeft de politie juist méér mensen gekregen en is de politiesterkte van 52.200 agenten, die voor 2010 was afgesproken, al gehaald.

Ook de komende jaren komen er alleen maar mensen bij. Volgens Ter Horst hoeven politiekorpsen nu nog helemaal niet te bezuinigen. Dat gaat pas in vanaf 2010.

Het kabinet wil vanaf dat jaar 190 miljoen euro bezuinigen. Het grootste deel daarvan moet komen door te besparen op bureaucratie.

Controleren

Het is echter niet aan Ter Horst, maar aan de politiekorpsen zelf om te bepalen of de politiemensen achter het bureau moeten zitten of dat ze de straat op gaan.

Ter Horst laat in de gaten houden of korpsen hun agenten wel voldoende de straat op sturen. Gebeurt dat niet, dan zal zij de korpsleiding op de vingers tikken. Desnoods kan zij korpsen dwingen agenten de straat op te sturen.

Tot 2014 komen er nog agenten bij. Daarna kan de afgesproken sterkte worden gehandhaafd, stelde de minister in het debat over haar begroting voor volgend jaar. Ze wordt gesteund door de coalitiefracties.