DEN HAAG - Premier Jan Peter Balkenende ziet het draagvlak voor een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar toenemen. 

Naast de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie is ook een deel van de oppositie voorstander van een verhoging, zo constateerde de premier donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

VVD, D66 en GroenLinks zijn voor aanpassing van de AOW, maar bekritiseren de manier waarop het kabinet de pensioenleeftijd wil verhogen. SP en PVV zijn sowieso tegen.

''Er is iets veranderd in Nederland'', zei Balkenende, verwijzend naar het taboe dat jaren geleden nog bestond op het ter discussie stellen van de pensioenleeftijd.

FNV

Ook buiten de Kamer ziet Balkenende steun voor de noodzaak van de maatregel. Vakcentrale FNV verzet zich volgens de premier fel, maar andere vakbonden denken in zijn ogen genuanceerder.

Ook stelde hij dat de meeste jongerenorganisatie en werkgevers voor verhoging van de pensioenleeftijd zijn.

Vergrijzing

Volgens de premier moeten mensen langer aan de slag om met de vergrijzing straks genoeg werkenden te hebben en de overheidsfinanciën na de economische crisis op orde te brengen.

In het kabinetsplan, gesteund door de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie, gaat de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 jaar en in 2025 naar 67. Zware beroepen worden ontzien door werkgevers te verplichten binnen dertig jaar alternatief werk aan te bieden.

SP

De SP wilde de maatregel niet als een breekpunt typeren bij de vorming van een nieuw kabinet. SP-fractievoorzitter Agnes Kant noemde het ''een heel hard punt'' dat iedereen die wil stoppen op 65 jaar een welvaartsvaste uitkering krijgt.

Andere oppositiepartijen constateerden hierop dat het verzet van de SP tegen een hogere pensioenleeftijd blijkbaar niet keihard is.

Ouderen

Regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie maakten tijdens het debat duidelijk dat het kabinet met een plan moet komen om meer ouderen aan het werk te krijgen en te houden, terwijl de AOW-leeftijd omhoog gaat.

Fractieleider Arie Slob van de ChristenUnie vroeg om een stappenplan, waarbij jaarlijks gekeken kan worden hoeveel meer ouderen aan werk zijn gekomen. Slob wees erop dat de kansen van ouderen niet goed zijn op de arbeidsmarkt en velen van hen nu werkloos zijn.

''Het verhogen van de AOW-leeftijd mag niet leiden tot een feitelijke verlenging van de WW of bijstand'', stelde hij.

VVD

Oppositiepartij VVD kwam tijdens het debat flink in aanvaring met coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie.

Volgens VVD-leider Mark Rutte heeft de coalitie ''een gedrocht'' gemaakt van de verhoging van de AOW-leeftijd. Het plan zou te laat bezuinigingen opleveren, oneerlijk zijn, onuitvoerbaar bij het ontzien van zware beroepen en pakt daardoor dramatisch uit voor werkgevers.

De VVD heeft een alternatief vanaf 2011 waarin mensen die veertig jaar hebben gewerkt, het recht behouden om met 65 jaar AOW te krijgen.

Kritiek

Rutte ontving stevige kritiek van CDA, PvdA en ChristenUnie. Volgens die partijen levert het VVD-alternatief te weinig besparingen op. Daarin wordt pas in 2035 de AOW-leeftijd van 67 jaar bereikt. In het kabinetsvoorstel is dat in 2025.

De regeringspartijen stelden verder op hun beurt dat de plannen van Rutte onuitvoerbaar zijn, omdat de VVD de leeftijd elk jaar met een maand verhoogt wat een hoop bureaucratie met zich meebrengt.

Halsema

GroenLinks-leider Femke Halsema nam het voor de VVD op. Ook GroenLinks wil de AOW-leeftijd koppelen aan veertig gewerkte jaren.

Op die manier wordt volgens haar en Rutte ook de lastige discussie vermeden over wat zwaar werk is. Halsema noemt het kabinetsplan ''politiek geknutsel dat heeft geleid tot een potpourri''.

Protestacties