DEN HAAG - De VVD zal als ze betrokken wordt in de vorming van een nieuw kabinet, ernstig gaan sleutelen aan het plan van de huidige regering om de AOW-leeftijd te verhogen.

"Wat de VVD betreft zal het plan in deze vorm een kabinetsformatie niet overleven", aldus fractievoorzitter Mark Rutte van de liberalen in de Tweede Kamer.

Dat zal Rutte donderdag bij de behandeling van het kabinetsplan voor verhoging van de pensioenleeftijd in Kamer betogen.

Volgens de VVD begint het kabinet te laat met het doorvoeren van de hogere AOW-leeftijd en is de regeling om mensen met zware beroepen te ontzien onuitvoerbaar.

Verhogen

Het kabinet wil in 2020 eerst de AOW-leeftijd verhogen van 65 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. De VVD wil al in 2011 beginnen de pensioenleeftijd elk jaar een maand te verhogen.

Dat zou wel betekenen dat de AOW-leeftijd in 2035 pas op 67 jaar ligt. Maar door al in 2011 te beginnen, bespaart de overheid volgens de oppositiepartij eerder op AOW-uitkeringen.

Lichtere functie

Verder hekelt de VVD het plan om werkgevers te verplichten hun personeel na maximaal dertig jaar zwaar werk een lichtere functie aan te bieden.

Verzuimt de baas dan moet hij een boete betalen, waarmee het mogelijk wordt voor de betrokken werknemer om toch op 65 jaar te stoppen met werken.

Volgens Rutte is dit vooral een ramp voor kleinere bedrijven. Hij vraagt zich af hoe een aannemersbedrijf met vijf bouwvakkers in dienst, die allemaal een lichtere functie moet aanbieden en toch nog klussen kan uitvoeren.

Bovendien vallen zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers), die niet in loondienst werken maar wel zware beroepen kunnen hebben, buiten de boot.

Plan

De VVD heeft al eerder het plan gepresenteerd om iedereen die ten minste veertig jaar gewerkt en 70 procent van het minimumloon verdiend heeft, de kans te geven om toch met 65 jaar met pensioen te gaan.

Op die manier wordt volgens de liberalen ook de lastige discussie over wat zwaar werk is vermeden en worden zelfstandigen wel geholpen.