DEN HAAG - Minister-president Jan Peter Balkenende vindt dat hijzelf en minister van Financiën Wouter Bos steeds vaker in de Tweede Kamer moeten verschijnen. Hij vraagt zich af of dat altijd wel gerechtvaardigd is.

De premier zei dat vrijdag na de ministerraad in reactie op de ophef over het AOW-debat, dat donderdagavond wegens zijn afwezigheid werd afgelast.

Op verzoek van de oppositie heeft de Kamer het debat naar volgende week verschoven, zodat Balkenende er Bos er alsnog bij kunnen zijn.

Vicepremier

Balkenende vindt dat de premier en de vicepremier niet te snel erbij gehaald moeten worden. Hij heeft de indruk dat dit aan het toenemen is.

Als het niet lukt met een gewoon Kamerdebat, wordt het volgens hem al snel een spoeddebat. Daarvoor zijn dertig Kamerleden nodig, terwijl voor een gewoon debat een Kamermeerderheid (ten minste 76 zetels) vereist is.

Goede balans

Volgens de premier is ''een goede balans'' nodig tussen debatten en andere werkzaamheden van bewindspersonen om ervoor te zorgen dat ze hun functie kunnen uitoefenen. ''Je kunt niet alleen minister zijn door een overmaat aan debatten'', zei hij.

Volgens hem moeten bewindspersonen ook tijd hebben voor overleg in het land en voor het ontwikkelen van nieuwe plannen.

AOW-leeftijd

Balkenende stelde dat hij in de Kamer al verscheidene keren heeft uitgelegd waarom het kabinet de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar wil verhogen.

Vragen over de uitwerking van het AOW-plan moeten volgens hem door de bewindspersonen van Sociale Zaken, minister Piet Hein Donner en staatssecretaris Jetta Klijnsma, worden beantwoord.

Bovendien wees de premier erop dat vorige kabinetten-Balkenende ook grote hervormingen hebben doorgevoerd en dat de Kamer deze plannen toen ook zonder hem heeft afgehandeld.

Daarbij noemde hij aanpassing van vut en prepensioen, WAO, bijstand en het zorgstelsel van gelijke orde als verhoging van de AOW-leeftijd.