OM ziet verdachten moord op De Vries als organisatie met terroristisch oogmerk
Volgens het Openbaar Ministerie vormden acht van de negen verdachten van de moord op Peter R. de Vries een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk. Die verdenking bracht het dinsdag naar voren in de rechtbank in Amsterdam.
De mannen vormden volgens justitie een bende met het hoofddoel het uitvoeren van ernstige geweldsdelicten op bestelling, zoals moord en zware mishandeling.
Justitie vermoedt dat De Vries is vermoord omdat hij de kroongetuige in het Marengo-proces, Nabil B., bijstond. B. legde verschillende verklaringen af over de betrokkenheid van Ridouan Taghi bij liquidaties. Er is volgens het OM sprake van een terroristisch oogmerk omdat het de bedoeling was de samenleving schrik aan te jagen. Daarom werden er vlak nadat De Vries was neergeschoten beelden van hem gemaakt. Die beelden werden verspreid via sociale media.
Naast de moord op De Vries wordt een deel van de verdachten ook de zware mishandeling van de ex-zwager van Taghi in IJsselstein in mei 2021 ten laste gelegd.
Volgens het OM is het geen toeval dat de naam van Taghi twee keer viel. Mede daardoor denkt het OM dat Taghi mogelijk de opdrachtgever van de moord op De Vries was, maar het vervolgt hem hier niet voor.
Verklaring nieuwe Poolse getuige niet gebruikt
De verklaringen van een nieuwe Poolse getuige worden vooralsnog niet gebruikt om de verdenking tegen Taghi te onderbouwen. De Pool zei dat hij van verdachte Robert M. onder meer had gehoord dat hij De Vries in de gaten hield voor de "Marokkaanse maffia". Maar onderdelen van de verklaringen bleken niet te kloppen of niet te controleren op juistheid.
De advocaten van de verdachten beklaagden zich over de verdenking dat er sprake was van een terroristisch oogmerk. Als dat terroristische oogmerk kan worden bewezen, kan de straf bij een schuldigverklaring hoger uitvallen. Een advocaat stelde dat er bij onderwereldmoorden eerder sprake is van opportunisme dan van terrorisme. Volgens de advocaten ontbreekt concreet bewijs voor terrorisme.
De zaak tegen de verdachten gaat in november verder. Het is de bedoeling dat de zaak in januari inhoudelijk wordt behandeld.

