Het ledenparlement van de FNV, het hoogste orgaan van de vakbond, heeft zaterdag ingestemd met het pensioenakkoord dat werknemers, werkgevers en het kabinet vorige week met elkaar sloten. Daarmee is de laatste hobbel genomen en kunnen de maatregelen verder worden uitgewerkt.

In het kort

  • Vakbonden FNV en CNV hebben zich zaterdag achter de pensioenplannen geschaard
  • Vakcentrale VCP komt dinsdag met de uitslag van een ledenraadpleging
  • Na ruim negen jaar onderhandelingen lijkt de weg vrij voor pensioenhervormingen

Tegelijkertijd werd de uitslag van het referendum over de pensioenplannen onder de ruim een miljoen FNV-leden bekendgemaakt; van de 375.823 stemmende FNV'ers (opkomst van 37 procent) stemde 74,46 procent in met het akkoord. Het vakbondsparlement had uiteindelijk het laatste woord.

De leden van de kleinere vakbond CNV waren zaterdagochtend al akkoord gegaan met de pensioenhervormingen. Ruim 79 procent van de stemgerechtigden van het CNV stemde voor. De VCP, de kleinste vakbond die mee onderhandelde, komt dinsdag met de uitkomst van de ledenraadpleging. De werkgeversorganisaties en het kabinet stemden vorige week bij de presentatie al in met de plannen.

Er werd met name uitgekeken naar waar de FNV, veruit de grootste vakbond, mee naar buiten kwam. Zonder instemming zou het akkoord op losse schroeven komen te staan. Hoewel de overheid over het staatspensioen de AOW gaat, worden de aanvullende pensioenen (de tweede pijler) door de werkgevers en werknemers betaald en bestuurd. De politiek bepaalt alleen de spelregels.

AOW-plannen kunnen worden uitgewerkt

Nu de onderhandelaars definitief groen licht voor de plannen geven, kan er worden begonnen met de wet- en regelgeving. De AOW-leeftijd wordt de komende twee jaar bevroren op 66 jaar en vier maanden, stijgt in stappen tot 67 jaar in 2024, en wordt daarna gekoppeld aan de levensverwachting. Die koppeling wordt dankzij het akkoord nu minder streng dan in de huidige plannen.

Andere plannen zijn op hoofdlijnen afgesproken en moeten nog verder worden uitgewerkt. Zo gaat het pensioenstelsel op de schop - er komt een meer persoonlijke manier van pensioensparen, waarbij risico's nog steeds collectief worden gedeeld - en zijn er tijdelijke afspraken gemaakt over eerder stoppen met werken.

De financiële buffers die pensioenfondsen nu nog moeten aanhouden, worden minder streng. Daardoor kunnen pensioenen eerder meestijgen met het behaalde rendement, maar ook sneller omlaag als het economisch tegenzit.

Pensioenkortingen mogelijk minder fors of zelfs van de baan

Doordat de vakbondsleden hebben ingestemd met het akkoord, kan dat op de korte termijn betekenen dat de pensioenkortingen bij de fondsen PMT, PME (beide metaal), ABP (overheid en onderwijs) en PFZW (zorg) van de baan of in ieder geval minder fors dan in het huidige stelsel zijn.

Ook de premie-inleg wordt aangepast door de zogeheten doorsneesystematiek af te schaffen. Daardoor komt er een einde aan de situatie dat jongeren ouderen subsidiëren, maar aan deze verandering hangt een fors prijskaartje. Wie dat gaat betalen, moet nog worden uitgezocht.