De AOW-leeftijd gaat niet omhoog in 2024, schrijft minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid donderdag in een brief aan de Tweede Kamer. De levensverwachting stijgt in 2024 wel iets, maar niet veel.

In 2024 houden mensen dus recht op AOW op een leeftijd van 67 jaar en 3 maanden. Daarmee blijft de AOW-leeftijd in de jaren 2022, 2023 en 2024 gelijk.

De AOW-leeftijd wordt vastgesteld op basis van de jaarlijkse raming van de levensverwachting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en een wettelijk vastgelegde formule voor de vaststelling van de AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd wordt vanaf 2022 automatisch aangepast aan de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. De levensverwachting stijgt volgens het CBS in 2024 wel, maar niet dermate dat de AOW-leeftijd moet worden aangepast. De levensverwachting stijgt in 2024 met ongeveer vijftien dagen.

De levensverwachting werd in 2018 naar beneden bijgesteld vanwege de relatief hoge sterfte door de griepgolf begin dit jaar. Volgens het CBS is er alsnog sprake van een lichte stijging, omdat minder vrouwen zijn overleden aan longkanker.

Momenteel is de AOW-leeftijd 66 jaar. De pensioenleeftijd loopt volgend jaar op naar 66 jaar en 4 maanden en zal nog tot en met 2022 verder stijgen.

In 2030 hebben 65-jarigen naar verwachting nog ongeveer 21 jaar en 4 maanden voor de boeg. Daarmee komt de AOW-leeftijd in 2030 op 68 jaar.

AOW-leeftijd belangrijke spil in pensioenonderhandelingen 

De AOW-leeftijd is een belangrijk onderdeel van de huidige onderhandelingen over een pensioenakkoord. Eind augustus zei FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga nog dat de vakbond niet akkoord zou gaan met een nieuw pensioenstelsel als de pensioenleeftijd niet zou blijven staan op 66 jaar.

De onderhandelingen over een nieuw pensioenakkoord verlopen stroef. Maandag stelde Elzinga in gesprek met NRC een nieuwe eis. De FNV wil dat er een hogere rekenrente wordt gehanteerd. De bond is bang dat er verschillen tussen generaties ontstaan in het pensioen.

Dinsdag zei minister Koolmees nog de hoop te hebben dat de betrokken partijen eruit zullen komen. "Alle betrokken partijen hebben de intentie om eruit te komen. Zij zien dat er groot onderhoud nodig is aan ons stelsel", zei de bewindsman dinsdag in de Tweede Kamer.