Het kabinet zou plannen hebben om de pensioenleeftijd minder snel te verhogen dan gepland.

Met deze plannen hoopt minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken een doorbraak te forceren, zo schrijft de Volkskrant op basis van anonieme bronnen.

Het kabinet, werkgevers en de vakbonden kunnen het al lange tijd niet eens worden over de details van de modernisering van het pensioenstelsel.

In het nieuwe plan, dat 500 miljoen euro gaat kosten, wordt de pensioenleeftijd van 67 jaar niet in 2021 bereikt, maar waarschijnlijk vier jaar later. Dat geeft zestigplussers wat meer ruimte om te wennen aan het feit dat ze langer moeten doorwerken dan gedacht.

Meerdere partijen zijn het er in elk geval over eens dat er gemoderniseerd moet worden. De arbeidsmarkt is de laatste jaren flink veranderd; een heel leven bij dezelfde werkgever werken is niet langer de norm.

Alleen over de details worden de partijen het niet eens. Vakbond FNV wil geen akkoord sluiten zonder de steun van de linkse partijen. Ook het kabinet zou graag deze steun willen, gezien de lange termijn van het project.

'Geen pensioenakkoord zonder bevriezing pensioenleeftijd'

Eind augustus zei de vicevoorzitter van de FNV, Tuur Elzinga, nog dat de bond niet akkoord zou gaan met een nieuw pensioenstelsel als de pensioenleeftijd niet vast zou blijven staan op 66 jaar. Tegenover Trouw zei Elzinga dat ze anders in de problemen zou komen bij haar achterban.

"Als ik een pensioenakkoord sluit, terwijl er niets verandert aan de stijging van de AOW-leeftijd, stuit ik op een muur bij de FNV-achterban", stelde de bestuurder. "Zonder het bevriezen van die leeftijd, gaan ze niet akkoord met een nieuw stelsel."