OESO pleit voor langer doorwerken om pensioenen veilig te stellen

Mensen zullen tot op latere leeftijd moeten doorwerken om fatsoenlijke pensioenen veilig te stellen.

Hoewel de pensioenleeftijd wel omhooggaat, zal de tijd die mensen als gepensioneerde doorbrengen toch nog toenemen ten opzichte van de duur van hun werkzame leven, signaleert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een dinsdag gepubliceerd rapport.

Volgens de huidige wetgeving zal in 2060 de normale pensioenleeftijd in ongeveer de helft van de OESO-landen gestegen zijn, met gemiddeld 1,5 jaar voor mannen en 2,1 jaar voor vrouwen. Daarmee komt de gemiddelde pensioenleeftijd uit op net onder de 66 jaar.

De pensioenleeftijd zal volgens de laatste schattingen tegen die tijd uiteenlopen van 60 jaar in Luxemburg , Slovenië en Turkije tot 74 jaar in Denemarken. In Nederland gaat de AOW-leeftijd omhoog naar 67 jaar en drie maanden in 2022. De AOW-gerechtigde leeftijd wordt hier bepaald op basis van de levensverwachting. 

Hervormingen

"Verdere hervormingen zijn nodig in OESO-landen om de effecten van vergrijzing, toenemende ongelijkheid onder ouderen en de veranderende aard van werk het hoofd te bieden", stellen de onderzoekers.

Daarbij moeten beleidsmakers er volgens het rapport voor zorgen dat het uitstellen van het pensioen voldoende beloond wordt, terwijl mensen die een paar jaar eerder met pensioen willen hiervoor niet te streng gestraft worden.

Ongeveer 10 procent van de Europeanen tussen de 60 en 69 jaar combineert werk en pensioen. De helft van degenen die na de leeftijd van 65 jaar nog aan het werk zijn, doet dit in deeltijd.  

In sommige landen lopen mensen die na de pensioenleeftijd willen blijven werken echter tegen barrières aan, bijvoorbeeld doordat er grenzen worden gesteld aan inkomsten. Ook leeftijdsdiscriminatie en een gebrek aan culturele acceptatie van deeltijdwerk kunnen hen parten spelen.

Lees meer over:
Tip de redactie