De AOW-gerechtigde leeftijd gaat in 2023 niet omhoog en blijft net zoals in 2022 op 67 jaar en drie maanden staan.

Dat voorstel van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) is vrijdag door de ministerraad overgenomen.

De AOW-leeftijd wordt bepaald op basis van de levensverwachting. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte eerder vrijdag bekend dat de verwachte leeftijd minder snel stijgt dan vorig jaar nog werd gedacht.

Het CBS berekende dat Nederlanders die in 2023 65 jaar zijn, naar verwachting nog 20,48 jaar leven. Vorig jaar stelde het statistiekbureau de levensverwachting voor 65-jarigen in 2023 nog op 20,74 jaar.

Het kabinet besloot in 2012 de AOW-leeftijd in stappen te verhogen van 65 jaar naar 67 jaar en drie maanden in 2022. Daarna wordt de verhoging gekoppeld aan de levensverwachting. Op die manier blijft de oudedagsvoorziening betaalbaar.

''In de kern is het niet zo goed nieuws. We zien uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de levensverwachting iets achterblijft bij wat we eerder hadden verwacht", zei Koolmees.

"Tegelijkertijd: als je beter naar de cijfers kijkt, zie je dat de levensverwachting wel zeker blijft stijgen de komende jaren. Dat is positief nieuws", aldus de bewindsman. Het besluit heeft volgens hem geen consequenties voor de overheidsfinanciën.