Nederland had vorig jaar een pensioenvermogen van 168 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dit is relatief het grootste pensioenvermogen van de wereld.

Daarna volgen Australië (126 procent), Zwitserland (123 procent), de Verenigde Staten (121 procent) en het Verenigd Koninkrijk (108 procent), blijkt donderdag uit een publicatie van consultancybureau Willis Towers Watson. Voor het onderzoek is gekeken naar de 22 belangrijkste pensioenmarkten.

Uit het onderzoek blijkt ook dat het Nederlandse pensioenvermogen in het afgelopen decennium het hardst is gegroeid. Het ging om een toename van een derde.

In de 22 onderzochte landen groeide het totale institutionele pensioenkapitaal vorig jaar naar 36,4 biljoen dollar. Dit komt neer op een stijging van 4 procent.

Verbetering

"Ondanks de moeilijke marktomstandigheden, boekten Nederlandse pensioenfondsen enige verbetering vorig jaar", stelt Michel Iglesias del Sol van Willis Towers Watson. "Dit kwam voornamelijk door sterke rendementen van aandelen en alternatieve beleggingen en de rentestijging in het laatste kwartaal."

Volgens Iglesias del Sol is risicomanagement nog steeds het belangrijkste aandachtspunt voor pensioenfondsen. Fondsen hebben last gehad van het ruime monetaire monetaire beleid van centrale banken. Bovendien zijn er neerwaartse risico's voor de economische groei van de wereldeconomie.

"Nederlandse pensioenfondsen reageren daarop met toenemende aandacht voor diversificatie in de beleggingsportefeuille en gebruik van afdekkingstechnieken." Uit het onderzoek blijkt ook dat pensioenfondsen bij hun beleggingsbeleid meer letten op internationale spreiding en alternatieve beleggingscategorieën.