Langere hersteltermijn voor pensioenfonds heeft beperkt effect

Als pensioenfondsen tijdelijk extra tijd krijgen om aan vermogenseisen te voldoen, dan zijn de effecten daarvan beperkt. Eventuele kortingen in 2017 zouden in dat geval maar een fractie lager uitvallen.

Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een maandag verschenen onderzoek.

Pensioenfondsen moeten jaarlijks nagaan of zij binnen de geldende hersteltermijn voldoen aan de eisen voor het eigen vermogen. Als de fondsen daar niet op tijd aan voldoen, dan moeten zij korten op de pensioenen.

Het CPB heeft op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken nu onderzocht wat de gevolgen zouden zijn als de hersteltermijn volgend jaar op elf of twaalf jaar wordt gezet en in 2018 weer terug naar tien jaar gaat. Normaal gesproken geldt een termijn van tien jaar.

Kortingen

"De kortingen in 2017 zijn beperkt van omvang, ongeacht of de hersteltermijn wel of niet wordt verlengd", aldus het CPB.

Eventuele kortingen zouden volgens het CPB uitkomen op minder dan 1 procent. Wel wordt de kans op een korting door de maatregel iets kleiner.

Oudere werknemers

Verder blijkt volgens het CPB dat het verschil in effecten voor de verschillende generaties beperkt is. Een verlenging van de hersteltermijn is wel licht in het nadeel van oudere werknemers.

Bij dekkingsgraden van minder dan 100 procent zijn oudere gepensioneerden juist iets in het voordeel. Bij een dekkingsgraad van 100 procent of hoger zijn de generatie-effecten te verwaarlozen.

"Gepensioneerde deelnemers hebben maar beperkt baat bij een verlenging van de hersteltermijn", concludeert het CPB.

Herstel

Ook is het maar de vraag of de fondsen die er nu slecht voorstaan voldoende kunnen herstellen om grotere kortingen in 2021 en de jaren daarna te voorkomen. Het CPB betwijfelt of dit lukt bij de fondsen die nu een dekkingsgraad van onder de 90 procent hebben.

"Het doorschuiven van tekorten bemoeilijkt bovendien een eventuele overgang naar een nieuw pensioenstelsel in 2020", waarschuwt het CPB.

Tijdelijk

Vanwege de overgang naar nieuwe regels werd vorig jaar een termijn van elf jaar gehanteerd en in 2015 een termijn van twaalf jaar.

Het kabinet heeft beloofd te onderzoeken of een tijdelijke langere termijn voor 2017 zou helpen om de druk op pensioenfondsen te verlichten.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil de tijdelijke verlenging nu nog niet opnieuw inzetten. "Ik vind het van belang eerst de dekkingsgraden van 31 december af te wachten, voordat een besluit kan worden genomen over het eventueel verlengen van de hersteltermijn", scheef Klijnsma aan de Kamer.

Half januari moet dit duidelijk worden.

Lees meer over:
Tip de redactie