Jongeren tot 35 jaar zijn ondervertegenwoordigd in de besturen van de Nederlandse pensioenfondsen, daarom moeten zij daar een aparte plek krijgen.

Dat stellen jongerenbonden CNV Jongeren, FNV Jong en VCP Young Professionals zaterdag in een gemeenschappelijke verklaring.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken moet zich hier hard voor maken omdat binnen de besturen generatie-discussies nodig zijn, vinden de organisaties.

Zij wijzen erop dat de besturen van grote pensioenfondsen zoals ABP en PGGM aparte zetels hebben voor gepensioneerden. Volgens CNV Jongeren, FNV Jong en VCP Young Professionals wordt slechts 2 procent van de besturen vertegenwoordigd door personen jonger dan 35 jaar.

Pensioenlab

Volgens de vakbonden kan de kleine vertegenwoordiging niet liggen aan ongekwalificeerd personeel. Momenteel werken 75 jongeren aan een pensioenstelsel en daarbij hun ideeën delen in het zogenoemde Pensioenlab.

Daarin krijgen zij een opleiding om in aanmerking te komen voor een bestuurszetel. "De interesse onder jongeren voor pensioen groeit. Je kunt niet zeggen dat er geen jongeren zijn, ze staan bij ons in de startblokken", schrijven de jongerenbonden.

Zij zien twee problemen in de huidige situatie: weinig keuzevrijheid en het gebruik van de doorsneepremie. Bij de doorsneepremie is de jaarlijkse pensioenpremie voor iedere werknemer hetzelfde.

Zaterdag wordt er door de betrokken partijen gediscussieerd over het toekomstige pensioenstelsel.