Partners van grootverdieners die na 1 januari 2015 overlijden, zullen flink minder nabestaandenpensioen ontvangen dan huidige nabestaanden.

Dat meldt de Volkskrant vrijdag op basis van berekeningen van pensioenfonds PFZW.

Die daling hangt samen met een versobering rondom pensioensparen voor mensen die meer dan een ton per jaar verdienen.

Bij het vaststellen van het nabestaandenpensioen wordt gekeken naar hoeveel pensioen een werknemers zou krijgen nadat hij de pensioenleeftijd zou hebben bereikt.

Maar pensioen opbouwen over het inkomen boven 100.000 euro, is vanaf 2015 niet meer mogelijk. Dat heeft invloed op de verwachte pensioenopbouw en dus ook op de hoogte van het nabestaandenpensioen.

Verschil

Hoe jonger de grootverdiener sterft, hoe lager het nabestaandenpensioen zal uitvallen. Het verschil kan oplopen tot 20.000 euro, zo schrijft de krant.

Iemand met een pas overleden 35-jarige partner die in de zorg anderhalve ton verdiende, zou dit jaar nog bijna 73.000 euro aan nabestaandenpensioen ontvangen. Dit bedrag is even hoog als het om een werknemer van 45 of 55 jaar zou gaan.

Als een vergelijkbare 35-jarige grootverdiener juist volgend jaar zou overlijden, valt het nabestaandenpensioen een stuk lager uit op bijna 53.000 euro. Een verschil van 20.000 euro.

Nabestaanden van een 45-jarige en 55-jarige zouden dan nog respectievelijk 59.000 euro en 65.000 euro krijgen. Omdat hun partners op een hogere leeftijd zijn gestorven, hebben ze volgens de nieuwe regels meer rechten opgebouwd.

Probleem

Dit probleem geldt volgens koepelvereniging de Pensioenfederatie voor zo'n tienduizend zorgmedewerkers en dertienduizend ambtenaren.

Pensioenfonds voor de zorgsector PFZW en ambtenarenfonds ABP gaan aanvullende verzekeringen aanbieden om de daling in het nabestaandenpensioen te voorkomen. Fondsen met weinig veel verdienende leden, zullen grootverdieners naar commerciële verzekeraars doorverwijzen.