Pensioenoverleg verloopt moeizaam

Het overleg tussen kabinet en oppositie over een verlaging van de pensioenopbouw verloopt moeizaam. De onderhandelingen duren al enkele weken, maar een akkoord is volgens ingewijden nog niet in zicht.

Maandagmiddag heeft minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) opnieuw om de tafel gezeten met de pensioenwoordvoerders van CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP en van de coalitiefracties VVD en PvdA.

Na afloop zei Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks dat er naar een datum wordt gezocht om de gesprekken voort te zetten. Door agendaproblemen is het onduidelijk of dat deze week nog lukt.

Naar verwachting kunnen er pas knopen worden doorgehakt als premier Mark Rutte en de fractievoorzitters aanschuiven. Wanneer dat moment daar is, is nog onduidelijk.

Voorstel

Het overleg gaat over een wetsvoorstel om de jaarlijkse pensioenopbouw te verlagen van 2,25 naar 1,75 procent van het inkomen. Volgens het kabinet kan dat omdat iedereen voortaan langer werkt en dus langer voor zijn pensioen kan sparen.

Maar de oppositiefracties vinden het kabinetsplan te ver gaan en willen een hogere pensioenopbouw. Dat kost al snel enkele honderden miljoenen. Het kabinet heeft steun van de oppositie nodig omdat het in de Senaat niet op een meerderheid kan rekenen.

Daar liep de behandeling van het wetsontwerp, dat een bezuiniging van 3 miljard moet opleveren eerder vast.

Opbouw

Op tafel liggen voorstellen om de pensioenopbouw te verhogen naar 1,85 à 1,9 procent per jaar. Dat zou gedekt kunnen worden door de opbouw voor hogere inkomens te begrenzen, bijvoorbeeld vanaf een jaarsalaris van 90.000 euro.

VVD en CDA voelen hier echter niets voor. Ook D66 heeft reserves. Maar alternatieve dekkingsmogelijkheden liggen ook niet voor het opscheppen.

Ook wordt nog gekeken naar een pensioenfonds voor zzp’ers. Ook dat kost de schatkist geld.

Tip de redactie