AMSTERDAM - De rechtbank in Amsterdam heeft dinsdag bepaald dat Ali A. voorlopig nog in voorarrest moet blijven. Het rechtscollege wees een verzoek tot opheffing daarvan van A.'s advocaat Nico Meijering af.

A. zit al sinds 2007 vast, op verdenking van het opdracht geven tot liquidaties. In vrij summiere verklaringen heeft hij tot dusver ontkend.

Meijering heeft de vrijlating van A. uitvoerig bepleit. De rechtbank wilde geen nadere toelichting geven op haar afwijzende beslissing, ook al had zij dit ''meer bevredigend'' gevonden.

Zo'n toelichting ''zou ten onrechte als een voorschot op de toekomst uitgelegd kunnen worden'', aldus de beslissing. Aan een definitief oordeel over de kracht en waarde van het bewijs tegen A. is de rechtbank nog niet toe.

Sleutelfiguur

Ali A. is voor justitie een sleutelfiguur in het liquidatieproces-Passage. In eerdere stadia van de zaak bepaalde de rechtbank dat het voorarrest formeel alleen nog A.'s veronderstelde betrokkenheid bij een voorgenomen liquidatie geldt.

A. wordt tevens verdacht van deelname aan een criminele organisatie en het witwassen van misdaadgeld.

Advocaat Meijering was buitengewoon ontstemd over de beslissing van de rechtbank. Hij heeft betoogd dat ieder hard bewijs tegen A. ontbreekt en dat het Openbaar Ministerie voor A. ontlastende stukken heeft achtergehouden.

Verpletterd

Meijering: ''We zijn verpletterd dat de rechtbank - in dit stadium na 2,5 jaar voorlopige hechtenis - een zeer gemotiveerd verzoek ongemotiveerd afwijst. Nog heftiger is het feit dat de rechtbank erkent dat het OM stukken heeft achtergehouden en dat andermaal onbestraft laat. Het OM kan dit alleen maar als aanmoediging zien.''

A. zit vast in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, dat het zwaarste detentieregime in Nederland hanteert.

Zijn strafzaak wordt pas in november voortgezet. Tot die tijd behandelt de rechtbank een aantal andere dossiers, waarin A. geen verdachte is.