Met een totaal van 62 behaalde medailles bij de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro is Nederland het allersterkste kleine land. Dat concludeerde chef de mission André Cats zondag op de slotdag van de Spelen.

"We staan in de medaillespiegel op de zevende plaats, dit is wat we waard zijn. De sporters hebben in Rio uitstekend gepresteerd."

"We hadden vooraf hoge verwachtingen, maar hebben dat nooit zo uitgesproken. Je wilt geen extra druk op de sporters leggen. Dat we nu maar liefst 62 medailles hebben gewonnen, is iets waar we zeker op hoopten.''

Volgens Cats heeft Nederland heel goede coaches en faciliteiten voor paralympiërs. "Die kansen moet je grijpen. Het allerbelangrijkste is dat je je oren en ogen open moet houden voor sporters met een handicap'', verklaart hij het succes in Rio. "We hebben goede scouts, die blijven speuren naar talent.''

Mede daardoor bestond de Oranje-equipe dit jaar uit 126 sporters, de grootste paralympische afvaardiging ooit.

Rusland

Voor Cats is elke medaille even belangrijk, maar de gouden plak van baanwielrenner Tristan Bangma was toch wel heel bijzonder. Samen met piloot Teun Mulder reed hij op de kilometer tijdrit naar het goud en verwees de Brit Neil Fachie naar het zilver. "Dat was zo bijzonder. Eindelijk werd er van de Britten gewonnen, de paralympisch kampioenen van Londen.''

De uitsluiting van de Russen op de Spelen heeft geen invloed gehad op het succes van Nederland, meent Cats. "Wij komen in andere klassen en sporten uit dan Rusland. Het effect was voor ons miniem. China, Groot-Brittannië en Oekraïne hebben er wel van geprofiteerd.''

De vijftiende Paralympische Spelen leverden de Oranje-equipe 23 medailles meer op dan de editie van vier jaar geleden in Londen. In Rio was er zeventien keer goud, negentien maal zilver en 26 keer brons voor Nederland. Het zijn de succesvolste Spelen sinds 1988, toen Nederland 86 medailles pakte.