Steekmuggen veroorzaken overlast in verschillende delen van het land, met name rond Den Haag, Breda, en Amsterdam en op de grens tussen Gelderland en Overijssel. Het gaat hier om de molestusmug, het 'tweelingzusje' van de bekende huissteekmug, zegt muggendeskundige Arnold van Vliet maandag.

In de muggenoverlastgrafiek van Nature Today is in januari een kleine piek te zien in het aantal waarnemingen.

Volgens Van Vliet, die werkzaam is bij de Wageningen Universiteit, houdt de molestusmug geen winterrust, wat de gewone huissteekmug wel doet. Het insect broedt ondergronds, onder meer in kruipruimtes.

"We vermoeden dat het aantal molestusmuggen toeneemt door de stijgende temperaturen", aldus de muggendeskundige.

Volgens van Vliet is het belangrijk dat iedereen op Muggenradar.nl meldt hoeveel overlast ze hebben van muggen. "We willen graag weten waar en wanneer steekmuggen actief zijn. Dat is belangrijk, omdat ze het westnijlvirus kunnen overdragen", stelt hij.

"Dit gevaarlijke virus is nog niet in Nederland opgedoken, maar al wel bij twee uilen in een dierenpark bij Berlijn. Het virus is nooit eerder zo noordelijk gezien."

Westnijlvirus wordt door muggen verspreid

Vogels nemen het westnijlvirus mee en muggen dragen het virus via vogelbloed over. Wie ziek wordt, heeft griepachtige klachten met hoge koorts. Ouderen en mensen met een lage weerstand kunnen eraan overlijden.

"In 2018 zijn ruim vijftienhonderd mensen in Zuid-Europa besmet geraakt, vooral in Italië. 181 van hen zijn overleden. Dat is een enorme uitbraak in vergelijking met alle jaren daarvoor", zegt Van Vliet.

Hybride mug steekt mensen en vogels

Uit laboratoriumonderzoek in Wageningen blijkt dat de twee Nederlandse typen muggen kunnen kruisen. Daardoor ontstaat een hybride mug, die zowel mensen als vogels steekt. Deze hybride mug is waarschijnlijk beter in staat het westnijlvirus van vogels op mensen over te brengen.

Van Vliet: "Tel daarbij op dat de overdracht van het virus makkelijker verloopt bij stijgende temperaturen door klimaatverandering. Dat maakt het waarschijnlijk dat we ook in Nederland te maken krijgen met het westnijlvirus. We moeten deze insecten dus goed in de gaten houden."