Genitale herpes komt voor bij mensen door de eetgewoontes van een uitgestorven mensachtige, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

De soa sprong waarschijnlijk over van chimpansees op mensen doordat de uitgestorven mensensoort Paranthropus boisei enkele miljoenen jaren geleden besmet chimpanseevlees at.

Patathrobus boisei gaf het virus vervolgens door aan de menselijke voorouder Homo erectus. Dat melden Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Virus Evolution.   

Genen

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door het DNA van het virus HSV-2 (dat genitale herpes veroorzaakt)  te analyseren en te vergelijken met de genen van de oudste menselijke fossielen. Uit hun onderzoek blijkt dat genitale herpes vrijwel zeker voor het eerst opdook bij Paranthropus boisei, een mensachtige met een opvallend klein brein en een platte schedel.

Paranthropus boisei was niet verwant aan moderne mensen, maar had wel contact met de menselijke voorouder Homo erectus. Verder leefden de oermensen in de buurt van bossen en aten ze waarschijnlijk regelmatig apen.  

Lichaamsvocht

"Nu we alle gegevens van fossiele vondsten en virusgenetica hebben geanalyseerd, geloven we dat Paranthropus boisei op de juiste tijd op de juiste plaats was om HSV2 op te lopen van de voorouders van chimpansees", verklaart hoofdonderzoekster Charlotte Houldcroft op nieuwssite Phys.org. "Daarna heeft deze mensachtige het virus waarschijnlijk doorgegeven aan onze vroegste voorouder, Homo erectus".

HSV2 sprong echter niet zomaar over van de ene op de andere mensensoort. "Het virus kan alleen worden overgedragen door een gelukkige mutatie van DNA gecombineerd met de uitwisseling van lichaamsvocht", aldus Houldcroft. De vroege mensensoorten moeten dus seks met elkaar hebben gehad."

Het is ook mogelijk dat individuen van de soort Paranthropus boisei zijn opgegeten door mensen van de soort Homo erectus. "Of misschien gebeurde het ook allebei: seks en consumptie", aldus Houldcroft.