De laatste wolharige mammoeten werden zo geplaagd door genetische ziekten dat ze een vreemd glanzende vacht kregen, hun reukvermogen verloren en niet langer in staat waren een partner aan te trekken, blijkt uit nieuw onderzoek.

De resultaten van een nieuwe studie, die wordt gepubliceerd in de laatste editie van PLOS Genetics, lijken aan te tonen dat de wolharige mammoet uitstierf nadat het dna van de soort vergeven raakte van genetische fouten.

Wetenschappers van de Universiteit van Californië in Berkeley onderzochten mutaties in het genoom van een mammoet, die zo'n vierduizend jaar geleden op een eiland leefde, schrijft de BBC. Ze vergeleken het dna van een mammoet die rond die tijd leefde met het dna van een soortgenoot die 45.000 jaar geleden de bloeitijd van de soort meemaakte.

Slechte mutaties

Wolharige mammoeten waren ooit in overvloed aanwezig in Noord-Amerika en Siberië, maar werden rond tienduizend jaar geleden tot de rand van uitsterven gebracht door klimaatverandering en mogelijk door menselijke jagers. Kleine populaties op eilanden hielden het daarna nog ongeveer zesduizend jaar uit, voordat de soort volledig uitstierf. 

"Het genoom van de mammoet afkomstig van dit eiland bevatte een enorme hoeveelheid van wat eruitzag als slechte mutaties", zei hoofdauteur Dr. Rebekah Rogers. "We ontdekten dat deze mutaties van het genoom aan het toenemen waren vlak voordat de soort uitstierf."

Satijnen vacht

Volgens de wetenschappers kunnen die mutaties de laatste wolharige mammoeten een "zijdeachtige, glanzende satijnen vacht" hebben gegeven. Ze kunnen ook hebben geleid tot het verlies van de receptoren die aan de basis van het reukvermogen liggen en stoffen in urine die belangrijk waren om de sociale status van een dier te bepalen en partners aan te trekken. 

De onderzoeksresultaten hebben mogelijk gevolgen voor het conserveren van diersoorten. Zodra de aantallen van een soort beneden een bepaald niveau vallen, is de genetische gezondheid van de soort niet meer te redden. Met genetische tests zou kunnen worden vastgesteld of een soort nog genoeg genetische diversiteit bevat om overlevingskansen te bieden.