Sommige dinosaurussen dankten hun reusachtige lengte aan botten in hun ruggengraat, die als puzzelstukjes in elkaar vielen. 

De ruggenwervels van deze zogenoemde Sauropoda bevatten botten met groeven in zigzagvorm, die precies in elkaar pasten en daarmee extra stevigheid gaven aan de lange ruggengraat van de dieren.    

De rug van de dinosaurussen kon daardoor de extreme krachten weerstaan die werden uitgeoefend op de ruggengraat door hun grote lichaamsgewicht.

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Ameghiniana.

Fossielen

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door fossielen te bestuderen van Sauropoda, zoals de soort Spinophorosaurus nigerensis. Deze dinosaurus had ruggenwervels van meer dan een halve meter. Hoofdonderzoeker John Fronimos stuitte bij het onderzoek op zigzaggende lijnen in ruggenwervels. De twee botten waaruit de wervels bestaan, blijken groeven te bevatten die precies op elkaar aansluiten. 

Ook bij mensen bestaan ruggenwervels uit twee botten, die in de loop van de jeugd (rond het zevende levensjaar) aan elkaar vastgroeien. Deze botten hebben echter een vlak oppervlak.  

Bij de dinosaurussen groeiden de twee delen van de ruggenwervels pas rond hun twintigste levensjaar aan elkaar vast. De ruimte tussen de twee botten vormt een zwakke plek. Maar door de zigzaggende groeven zaten de twee delen van ruggenwervels bij dinosaurussen echter bijzonder stevig aan elkaar vast, ook al waren de twee botten nog niet definitief aan elkaar gegroeid.

Stevig

Daardoor was de ruggengraat van de dieren minder kwetsbaar. "De groeven zorgden ervoor dat er meer contactgebieden waren tussen de botten", aldus Fronimos op nieuwssite Science Now.  

Als er door hun grote lichaam druk werd uitgeoefend op de ruggengraat, bijvoorbeeld bij het rennen, werd deze kracht door de groeven verdeeld over een relatief groot oppervlak. Daardoor liepen de dieren ondanks hun gigantische ruggengraat geen verhoogd risico op botbreuken.