In strafzaken die veelvuldig door de media worden belicht, lijkt een select groepje Nederlandse advocaten steeds de hoofdrol op te eisen. Is het hen om de publiciteit te doen? En met welk belang?

Regelmatig worden de advocaten die zich het vaakst in de schijnwerpers begeven als 'publiciteitsgeil' omschreven. Waarom dat woord een negatieve lading heeft, begrijpt advocaat Peter Plasman niet.

Plasman is zelf regelmatig in de publiciteit en staat nu de familie van de 20-jarige overvaller bij in het proces tegen het juweliersechtpaar uit Deurne. Hij was ook de raadsman van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh.

"De advocaten die als publiciteitsgeil worden omschreven, zijn simpelweg mensen die het belang inzien van mediaoptredens en het zelf ook leuk vinden om te doen", stelt Plasman. "Ze doen het bovendien doorgaans goed in de media."

De jurist vindt het zelf heel leuk om in de media te opereren: "Ik heb de omgang met de media altijd als een zeer boeiend aspect van mijn vak beschouwd. Het heeft me altijd gefascineerd."

Een advocaat is bovendien een ondernemer, meent Plasman, en daarom doorgaans gebaat bij publiciteit. Uit zijn vele mediaoptredens behaalt Plasman naar eigen zeggen nagenoeg altijd "commercieel voordeel".

Gemakkelijker

Plasman beseft dat veel van zijn collega-advocaten van mening zijn dat je als strafrechtadvocaat uitsluitend in de media moet treden als de cliënt er direct baat bij heeft. Sommigen zijn zelfs nog strenger en vinden dat de strafzaak er in geen geval bij gebaat is. "Ik ben daar iets gemakkelijker in", aldus Plasman.

"Soms, als een optreden in de media niet voordelig is voor mijn cliënt maar óók niet nadelig, kan ik toch besluiten om in de media op te treden vanwege het commerciële belang, of omdat ik ergens iets van wil zeggen. Dat is mijn ondergrens: het belang moet voor mijn cliënt tenminste neutraal zijn."

Terughoudend

André Seebregts, advocaat van terreurverdachte Sabir K., en Ruud van Boom, advocaat van Ron P. in de Puttense moordzaak, zijn in vergelijking met Plasman terughoudend wat betreft publiciteit. Ze staan dan ook iets minder vaak in de schijnwerpers.

"Ik gebruik de media bij voorkeur niet en wijs verzoeken van journalisten af als ik geen direct belang voor mijn cliënt zie", aldus Van Boom. "De publiciteit kan als wervingsinstrument dienen, maar advocaten zouden de media naar mijn mening niet als wervingsinstrument moeten inzetten. Ik gebruik de publiciteit uitsluitend om balans te brengen in de berichtgeving over mijn cliënt."

Seebregts sluit zich daarbij aan. Hij ziet publiciteit als een "legitiem wapen, waar je heel voorzichtig en gedisciplineerd mee om moet gaan", want "de cliënt moet na de strafzaak nog door met zijn leven".

Tegenwicht

Seebregts geeft drie redenen om toch af en toe de media op te zoeken. Zo moet er volgens hem via de publiciteit in sommige gevallen tegenwicht tegen het Openbaar Ministerie worden geboden.

Ook moet volgens Seebregts de druk op de Nederlandse overheid soms opgevoerd worden, bijvoorbeeld in het geval van de Nederlander Ahmed Diini die in Egypte onder "slechte omstandigheden" wordt vastgehouden.

Een derde aanleiding voor Seebregts om de publiciteit in te zetten, is een speciaal verzoek van zijn cliënt om een bestaand beeld in de media te herstellen. Zo vroeg Sabir K. nadrukkelijk aan Seebregts of hij de mensen duidelijk kon maken dat hij is gemarteld, en dat de Amerikanen daar een rol bij speelden.

Gunstig

Net als Plasman ziet Seebregts wel dat publiciteit in commercieel opzicht handig is. "Het is voor een strafrechtadvocaat absoluut gunstig om in de media te zijn. Als ik in de media ben geweest, merk ik het effect in het aantal nieuwe verzoeken dat ik krijg."

Plasman merkte dat effect bijvoorbeeld toen hij door de familie van de overvaller werd benaderd voor de rechtszaak tegen het juweliersechtpaar in Deurne. De familie had het optreden van Plasman in Nieuwsuur gezien, en besloot hem daarna te benaderen. 

Plasman en Seebregts beschrijven beiden een vicieuze cirkel die ertoe leidt dat een select groepje van Nederlandse advocaten steeds terugkeert in de publiciteit: als je in de media bent, word je vaker gevraagd voor grote zaken vanwege je bekendheid, waardoor je vervolgens nog meer in de media bent.

Van Boom

Van Boom ziet het gunstige effect van publiciteit minder, maar benadrukt dat dat ook te maken heeft met het soort cliënten dat hij bijstaat. "Ron P. is een ander soort cliënt dan bijvoorbeeld Holleeder", aldus Van Boom. "Zo’n zaak brengt een een ander soort media-aandacht met zich mee."

Van Boom ziet wel dat áls hij ervoor kiest om in de media te treden, dat bevestigend kan werken voor zijn bestaande klanten. Zij zien dan bijvoorbeeld zijn vasthoudendheid.

De drie advocaten merken allen op dat het overgrote deel van hun zaken via mond-tot-mond-reclame op hun bureaus terechtkomt.

Bijstand

Plasman wil graag het "hardnekkige beeld" dat de media-advocaten extra duur zijn wegnemen. Hij neemt, net als Seebregts en Van Boom, ook zaken op zich die via de rechtsbijstand - dus tegen een lager tarief - worden gefinancierd. Die zaken leveren financieel dus minder op, maar zijn wel vaak uitdagend en leiden soms tot publiciteit.

Zelf naar een cliënt stappen, bijvoorbeeld vanwege de publiciteit die een bepaalde zaak zal opleveren en het commerciële belang, is volgens de drie advocaten "not done".

Plasman heeft dat naar eigen zeggen één keer toch gedaan: hij bood zich aan bij Arrold van den Hurk, die tijdens de televisieshow Miljoenenjacht per ongeluk op de rode knop drukte en 5 miljoen euro misliep.

Volgens Plasman dreigde Van den Hurk de "landelijke sukkel" te worden, en zag de advocaat dat zijn hulp "nodig was". Plasman ziet dat sommige van zijn vakgenoten vaker via deze wijze werken, maar benadrukt dat dat eigenlijk niet de bedoeling is.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend