AMSTERDAM - Ondanks de crisis blijft de productiviteit van werknemers op peil. Het leeuwendeel (88 procent) heeft ook nog altijd plezier in het werk. Dat is vrijdag gebleken uit de Lifeguard BedrijfsGezondheidsIndex (BGI).

Het onderzoek is afgenomen onder ruim 15.000 werknemers binnen 71 organisaties uit verschillende sectoren. De BGI is ten opzichte van 2008 wel licht gedaald: van 7,2 naar 7,0.

“Sinds de zomer van 2008 stabiliseert de ontwikkeling van het nationaal gemiddelde, dat tot die tijd ruim met een half punt was gestegen sinds de introductie van de BGI in 2003”, aldus BGI-onderzoeker Folef Bredt. “Hoe het precies komt dat de BGI-score ondanks het huidige economische klimaat nauwelijks daalt is vooralsnog onbekend. Mogelijk spelen ‘harder werken door de crisis’ en de invoering van het ‘nieuwe werken’ hierbij een rol.”

Ruwweg

De gemiddelde productiviteit van medewerkers stijgt gedurende hun loopbaan tot ruwweg 50-jarige leeftijd en daalt daarna weer enigszins. Hierbij moet aangemerkt worden dat de verschillen tussen de diverse leeftijdsgroepen erg klein zijn. Het effect van ‘leeftijd op zich’ op productiviteit van medewerkers is minimaal.

Een goede mentale gezondheid is voor werkend Nederland de beste voorspeller van een goede productiviteit, maar daarnaast speelt fysieke gezondheid ook een belangrijke rol. Samen kunnen ze ruim 40 procent van de verschillen in scores op productiviteit verklaren.

Fysieke gezondheid verklaart ruwweg 10 procent van het verschil op productiviteit. Voor mentale gezondheid bedraagt dit 29 procent. 

Werkomstandigheden  

Bijna 88 procent van alle medewerkers geeft aan regelmatig of altijd plezier in het werk te hebben. Het arbeidsplezier heeft echter geen direct effect op de productiviteit. Wel is het zo dat het werkplezier een positieve invloed heeft op onder andere de mentale gezondheid van werknemers.

Ontplooiingsmogelijkheden en werkdruk hebben in het algemeen, zij het minimaal, wel een direct effect op de productiviteit. Bij ouderen is er overigens geen direct verband tussen
ontplooiingsmogelijkheden en productiviteit.

Ontplooiing

Ouderen scoren lager op ontplooiingsmogelijkheden dan hun jongere collega’s. Zo geeft 40 procent van de ouderen aan vaak nieuwe dingen te leren in het werk en bij jongeren ligt dit percentage op bijna 70 procent.

Op de vraag of ‘hun baan hen mogelijkheden biedt voor persoonlijke groei en ontwikkeling’ beantwoordt slechts 44 procent van de ouderen ‘vaak of altijd’. Bij jongeren ligt dit percentage hoger, rond de 65 procent.