Twijfels over Hitlers zelfmoord na schedelonderzoek
AMSTERDAM – Een stukje schedel dat de zelfmoord van Adolf Hitler zou moeten bewijzen, is helemaal niet afkomstig van de Duitse dictator. Dat blijkt uit een nieuw Amerikaans onderzoek.
Het DNA-onderzoek wees echter uit dat het stukje schedel toebehoorde aan een onbekende vrouw die waarschijnlijk tussen de 20 en 40 jaar oud was.
Pistoolschot
Het onderzochte stukje schedel werd in 1946 door Russische soldaten gevonden bij de Berlijnse bunker waar Hitler stierf. Het half verbrande lichaam van de Duitse dictator was al een jaar eerder ontdekt en geïdentificeerd .
De vondst van het schedelfragment met het kogelgat gold lange tijd als bewijs voor de theorie dat Hitler zichzelf vlak voor het einde van de oorlog door het hoofd schoot.
Het stuk schedel is eigendom van het Russisch staatsarchief in Moskou en wordt op dit moment ten toon gesteld.
Dun bot
De Amerikaanse onderzoekers kregen slechts een uur de tijd om het bot te onderzoeken. Ze verzamelden niet alleen DNA-monsters, maar trokken ook conclusies op basis van het uiterlijk van het schedelfragment.
Volgens de onderzoekers bewijst hun DNA-test definitief dat het schedelfragment niet afkomstig kan zijn van Hitler. De precieze oorzaak van zijn dood blijft daardoor onduidelijk.
Eva Braun
Ook de theorie dat het onderzochte schedelfragment toebehoorde aan Hitler’s geliefde Eva Braun wijzen de wetenschappers van de hand.
“We weten dat de schedel waarschijnlijk van een vrouw tussen de 20 en 40 jaar was”, aldus Bellantoni. “Maar er zijn geen aanwijzingen dat Eva Braun zichzelf door het hoofd heeft geschoten, of dat iemand anders dat heeft gedaan. De schedel kan van iedereen zijn geweest. Er zijn veel mensen gedood in de buurt van de Berlijnse bunker.”
