AMSTERDAM - Op vierentwintig tentoonstellingen verspreid over zes jaar wordt de gehele Codex Atlanticus van Leonardo da Vinci aan het publiek getoond.

De eerste tentoonstelling met 45 tekeningen van 'forten, bastions en kanonnen' opende donderdag in de Santa Maria delle Grazie in Milaan, waar zich ook het wereldberoemde fresco 'Het Laatste Avondmaal' van Da Vinci bevindt, en in de Biblioteca Ambrosinia, die de codex sinds 1637 huisvestte.

De 1,119 pagina's tellende Codex Atlanticus is een 'uitzonderlijke encyclopedie' van technische kennis uit de renaissance, waarin niet alleen Da Vinci's eigen vindingen zijn opgenomen, maar ook technologieën uit die tijd, zegt Da Vinci-deskundige Pietro Marani.

De pagina's werden eind zestiende eeuw aanvankelijk verzameld door de beeldhouwer Pompeo Leoni. Hij bundelde ze om ze te bewaren, maar ook om ze aan een koning of een prins te verkopen'. Volgens Marani is de bundel in ieder geval ooit aangeboden aan een Spaanse koning.

Nonnen

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd de verzameling opgedeeld in twaalf delen. Voor de tentoonstellingen zijn alle pagina's losgemaakt. Dat werk werd verricht door benedictijner nonnen die uiterst zorgvuldig de was smolten waarmee de pagina's vastzaten.

Bijkomend voordeel van de losse pagina's is dat ze veel eenvoudiger vergeleken kunnen worden. "Nu kunnen we ze samenstellen op thema of chronologie", aldus Marani.

Voor de tentoonstellingen worden de pagina's bewaard in een kast van dubbellaags plexiglas, waarbinnen de temperatuur en luchtvochtigheid constant worden gehouden.

Elke tentoonstelling zal drie maanden duren en onderwerpen behandelen als architectuur, tekenkunst en de studie van licht en schaduw.