‘Homoseksualiteit helpt diersoorten overleven’
Onderzoekers van de universiteit van Californië hebben ontdekt dat homoseksueel gedrag een positief effect heeft op de ontwikkeling van sommige diersoorten.
Zo worden veel jonge albatrossen op het Hawaïaanse eiland Oahu opgevoed door twee vrouwtjes, vanwege het tekort aan mannetjes. Volgens de onderzoekers zorgen de ‘lesbische’ koppeltjes ervoor dat de soort floreert, ondanks het mannetjesgebrek.
Zwakke genen
Verder zouden dolfijnen het onderlinge groepsgevoel versterken door homoseksuele activiteiten van mannetjes. Bij sprinkhanen vormen de zwakste mannetjes volgens ook koppels, waardoor zwakkere genen zich niet voortplanten.
De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Trends in Ecology & Evolution.
Volgens de onderzoekers is het feit dat homoseksuele gedragingen bij verschillende diersoorten erg uiteenlopen een bewijs voor de theorie dat homoseksualiteit een biologische functie heeft.
Natuurlijke selectie
“Homoseksuele gedragingen bij het paren, bouwen van nesten en opvoeden van jongen zijn eigenschappen die worden gevormd door natuurlijke selectie”, verklaart onderzoeksleider Nathan Bailey op de nieuwssite ScienceDaily.
“Maar onze studie suggereert dat homoseksueel gedrag zelf ook selecterend werkt. Zo worden er door homoseksualiteit soms individuen verwijderd uit de groep mannetjes die beschikbaar is voor de voortplanting van een soort.”
Anekdotes
Uit eerdere studies bleek dat homoseksualiteit voorkomt bij meer dan 1000 diersoorten.
“Het is nu duidelijk dat dit onderwerp veel verder reikt dan de bekende anekdotes over homoseksuele bonobo’s, dolfijnen en pinguïns”, aldus Bailey.

